Nieuwsarchief: verkeersongevallen


Letselschade en privacy

21 november 2018

Om een letselschadezaak goed te kunnen regelen is veel informatie nodig, waaronder medische informatie. Er zal immers vastgesteld moeten worden dat er sprake is van letsel als gevolg van het ongeval dat iemand is overkomen. Soms is daarvoor ook informatie over iemands gezondheidstoestand van voor het ongeval relevant. Als iemand bij een ongeval zijn hand verliest zal er weinig discussie bestaan over de vraag of er sprake is van letsel. Lastiger ligt dat bij zogenaamd moeilijk objectiveerbare letsels zoals een whiplash. De rechtspraak heeft daar gelukkig een mouw aan gepast. Als de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn worden deze klachten toch aan een ongeval toegerekend, ook al zijn ze moeilijk bewijsbaar. Wel moet er dan geen andere oorzaak voor de klachten gevonden kunnen worden en mogen deze klachten niet reeds voor het ongeval aanwezig zijn. Om dat laatste aannemelijk te maken is vaak informatie uit de medische voorgeschiedenis noodzakelijk. Tot voor kort kregen in principe, naast het slachtoffer, alleen zijn of haar advocaat en de medisch adviseur van die advocaat en de verzekeraar de medische informatie te zien. Alle drie hebben een eigen wettelijk geregelde geheimhoudingsverplichting. De medisch adviseur van de verzekeraar geeft advies aan de schadebehandelaar bij de verzekeraar die op basis van dat advies de schade met de advocaat afwikkelt. Door invoering van de zogenaamde “Medische paragraaf” in de “Gedragscode Behandeling Letselschade” die sommige belangenbehartigers, maar niet ons kantoor, hebben ondertekend, zouden ook schadebehandelaars van de verzekeraars inzage mogen krijgen in medische informatie zoals bijvoorbeeld een onafhankelijk keuringsrapport. Dit kan betekenen dat een schadebehandelaar, die geen arts of advocaat is en daardoor niet onder een wettelijke geheimhoudingsverplichting valt, ook medische informatie krijgt. Door ons kantoor is hierover een procedure gevoerd bij de rechtbank Rotterdam. Gelukkig heeft de rechtbank Rotterdam bepaald dat een slachtoffer niet verplicht is om daaraan mee te werken. Voldoende is als de informatie terechtkomt bij de medisch adviseur van de verzekeraar. Die kan immers advies geven aan de schadebehandelaar. Het enkele feit dat iemand is aangereden betekent immers niet dat het slachtoffer geen recht op privacy meer zou hebben. Heeft u vragen over dit onderwerp dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor.

Gevaarlijk weggedrag van fietsers: Hoe zit dat juridisch?

14 november 2018

De laatste tijd is er in Venray veel te doen over de verkeerssituatie bij de rotondes op de Oostsingel/Zuidsingel bij het Brukske. In verband met bouwactiviteiten is een gedeelte van de fiets- en voetpaden afgesloten, waardoor fietsers in tegengestelde richting de rotonde moeten oversteken. Hoewel er waarschuwingsborden staan, leidt dit toch tot gevaarlijke situaties en ongevallen.  De ervaring leert helaas, dat weggebruikers de gewijzigde situatie niet goed inschatten, waardoor er ongelukken ontstaan. Hoe zit het nu juridisch, wanneer een automobilist een fietser of voetganger aanrijdt? Omdat fietsers en voetgangers door de wet als “zwakkere verkeersdeelnemer” worden beschouwd, hebben zij extra juridische bescherming. Dit heeft te maken met het feit dat ze dus extra kwetsbaar zijn in het verkeer en dus meer risico lopen op verwondingen dan een automobilist bij zo’n ongeval. Een veelgehoord misverstand is, dat deze zwakkere verkeersdeelnemers dan maar alles mogen doen in het verkeer, omdat ze toch wel beschermd worden door de wet. De zwakkere verkeersdeelnemer krijgt namelijk lang niet altijd de volledige schade vergoed. Als een fietser zelf een fout maakt, bijvoorbeeld als hij geen voorrang verleent of door rood licht rijdt, kan dit weldegelijk aan hem worden toegerekend. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat hij maar 50 % van zijn schade vergoed krijgt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval en van de ernst van het letsel. Hoe ernstiger het letsel, hoe meer de zwakkere verkeersdeelnemer zal worden beschermd. Dit is ook wel logisch, omdat de fietser en voetganger nu eenmaal een kwetsbare verkeersdeelnemer is. Pas als een ongeval echt niet voorzienbaar was voor de automobilist spreken we van overmacht, waardoor de schade niet hoeft te worden vergoed, maar die drempel ligt hoog. Van de automobilist wordt dus veel oplettendheid verwacht, en dat is ook wel logisch omdat de gevolgen van een ongeval groot kunnen zijn als je in een auto rijdt. Samenvattend: fietsers en voetgangers worden door de wet beschermd als ze letsel oplopen. Dit kan betekenen dat ook bij eigen schuld van deze zwakkere verkeersdeelnemers hun schade geheel of gedeeltelijk moet worden vergoed. Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met Arthur van Dok van Van der Putt Advocaten te Venray.

De ongevallenverzekering

26 september 2018

Veel mensen denken dat een ongevallenverzekering de schade als gevolg van een ongeval zal vergoeden. Helaas dekt een ongevallenverzekering (meestal) niet eventuele schade. Een aansprakelijkheidsverzekering dekt de schade die iemand bij een ander veroorzaakt. Een schadeverzekering vergoedt je eigen schade. De ongevallenverzekering tenslotte dekt niet de toegebrachte of opgelopen schade. Een ongevallenverzekering is niets anders dan de afspraak met een verzekeringsmaatschappij dat u, als u blijvend letsel oploopt, een uitkering krijgt. De hoogte daarvan is meestal van twee factoren afhankelijk, namelijk de hoogte van de verzekerde som en het percentage blijvende invaliditeit. Bij volledig herstel keert een ongevallenverzekering meestal niet uit. Bij blijvend letsel krijgt u niet de volledige verzekerde som betaald maar een percentage daarvan. Hoe ernstiger het letsel des te hoger het percentage. Stel dat u blijvend letsel heeft dat gewaardeerd kan worden met 2% blijvende invaliditeit dan krijgt u bij de meeste verzekeraars 2% van de verzekerde som uitgekeerd. Bij een percentage blijvende invaliditeit van 2% en een verzekerde som van € 25.000,00 betekent dit dus een uitkering van € 500,00. Voor zowel schadeverzekeringen als aansprakelijkheidsverzekeringen geldt over het algemeen dat de kosten voor rechtsbijstand door een letselschadeadvocaat vergoed moeten worden door de desbetreffende verzekeraar. Mocht u bij een ander schade veroorzaken dan kan die persoon dus een letselschadeadvocaat inschakelen. De redelijke kosten daarvan worden dan door uw aansprakelijkheidsverzekeraar vergoed. Als u zelf schade heeft en er is sprake van een schadeverzekering dan vergoeden de meeste verzekeraars de kosten van een letselschadeadvocaat die u zelf inschakelt om u te helpen bij de afwikkeling van de schade. In beide situaties is het dus verstandig om eens vrijblijvend contact op te nemen om de mogelijkheden te bespreken.

Ongeval door eigen schuld; toch recht op letselschade?

26 juni 2018

Als je letsel oploopt omdat je door de schuld van een ander wordt aangereden, wordt over het algemeen je schade vergoed. Dat is logisch; het is de schuld van de ander en jij kon er niets aan doen. Als je zelf een ongeval veroorzaakt, is de eerste gedacht die bij veel mensen opkomt: “Dat is mijn eigen schuld, dus ik kan niets verhalen op een ander of op een verzekering”. Dit ligt echter een stuk genuanceerder! Rijd je bijvoorbeeld door eigen toedoen tegen een boom, met letsel tot gevolg, dan zijn er weldegelijk mogelijkheden om je schade vergoed te krijgen. Je moet dan wel een zogenaamde SVI-verzekering in je pakket hebben. Dat is een SchadeVerzekering  Inzittenden. Dit zit niet automatisch in je verzekeringspakket, maar je moet die verzekering apart afgesloten hebben. Voor de kosten hoef je het niet te laten, want deze verzekering kost hooguit een paar tientjes per jaar, maar dekt wel je schade als je een ongeluk hebt gehad. Je zult begrijpen dat die schade vaak kan oplopen tot duizenden euro’s, zeker als je tijdelijk of blijvend je werk niet meer kunt doen. Het is dus de investering zeker waard om zo’n verzekering af te sluiten; heb het hier eens over met je assurantietussenpersoon en vraag, of jij eigenlijk zo’n SVI-verzekering hebt voor je auto. Let erop dat een SVI-verzekering niet hetzelfde is als een Ongevallenverzekering (ook wel OIV genoemd, Ongevallen Inzittenden Verzekering). Deze OIV dekt niet de feitelijke schade, maar slechts een vast (en vaak zeer beperkt) bedrag bij blijvend letsel. Afhankelijk van de polisvoorwaarden dekt de SVI meestal wel de volledige feitelijk geleden schade en ook de toekomstschade. Heb je zo’n SVI-verzekering niet, dan blijf je helaas met je eigen letselschade zitten als je zelf een ongeval veroorzaakt.  Jammer genoeg zien wij bij ons op kantoor vaak de praktijkvoorbeelden, dus we spreken uit ervaring, en ik kan je zeggen dat dit erg zuur is voor de mensen die dat overkomt! Heb je letselschade opgelopen en twijfel je over de verhaalbaarheid daarvan, neem dan kosteloos en vrijblijvend contact met ons op, zodat we kunnen bespreken wat we voor jou kunnen doen!

Zwakkere verkeersdeelnemers en verkeersongevallen

29 januari 2018

In de donkere wintermaanden gebeuren er in Nederland meer ongelukken dan in de zomer. Vooral voetgangers en fietsers zijn vaker de pineut. Uit onderzoek van de ANWB blijkt dat deze zwakkere verkeersdeelnemers dan respectievelijk drie en twee keer zoveel kans hebben om aangereden te worden. Auto’s hebben tegenwoordig veel veiligheidsvoorzieningen om de bestuurder te beschermen tegen de impact van een eventuele aanrijding. Je kan daarbij denken aan airbags, kreukelzones en zelfs aan anti-whiplash hoofdsteunen. Zwakkere verkeersdeelnemers hebben echter geen airbag of kreukelzone en maar weinig fietsers dragen een helm. Hierdoor is hun (letsel)schade na een aanrijding vaak veel groter dan de schade van de automobilist. Fietsers en voetgangers worden daarom in de Nederland extra beschermd door artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW). Als een zwakkere verkeersdeelnemer betrokken is geraakt bij een verkeersongeval met een motorrijtuig dan is de eigenaar van de auto in beginsel verplicht de schade van de fietser of voetganger te vergoeden. Alleen als de automobilist aan kan tonen dat de verkeersfouten van de zwakkere verkeersdeelnemer zo onwaarschijnlijk waren dat hij daarmee in alle redelijkheid geen rekening kon houden vervalt deze schadevergoedingsverplichting. In de praktijk komt het erop neer dat na een ongeval tussen een auto en een zwakkere verkeersdeelnemer de (letsel)schade van een kind onder de 14 jaar voor 100 procent moet worden vergoed. Er wordt vanuit gegaan dat kinderen door hun impulsiviteit en onberekenbaarheid meer gevaar te duchten hebben van gemotoriseerd verkeer. Daarnaast zijn de gevolgen van een aanrijding voor een kind uitzonderlijk ingrijpend. In alle andere gevallen zal de schade van de fietser of voetganger minimaal voor 50 procent worden vergoed. Zelf als de zwakkere verkeersdeelnemer het ongeluk zelf heeft veroorzaakt, door bijvoorbeeld geen voorrang te verlenen of door rood te fietsen. Dat voelt wat oneerlijk voor de automobilist die geen schuld heeft gehad aan een aanrijding en toch (een deel) van de schade van de fietser moet betalen. De schuldvraag is bij een ongeval tussen een zwakkere verkeersdeelnemer en een motorrijtuig echter niet van doorslaggevend belang. De aansprakelijkheid uit artikel 185 WvW is namelijk een risicoaansprakelijkheid voor de eigenaar van het motorrijtuig. Als je in een auto stapt bestaat er een grotere kans dat je schade veroorzaakt dan wanneer je op de fiets stapt. Als de schade daadwerkelijk wordt veroorzaakt moet je daarop kunnen worden aangesproken. In de meeste gevallen zal de WAM verzekering van de automobilist uiteindelijk de schadevergoeding aan de zwakkere verkeersdeelnemer moeten betalen.     

Kennen wij in Nederland “Amerikaanse toestanden” op letselschadegebied?

20 december 2017

Het Nederlandse recht is, wat dat betreft, calvinistisch te noemen. Een slachtoffer heeft recht op vergoeding van de geleden schade en een redelijk smartengeld. Niet meer en niet minder. Een slachtoffer zal dan ook nooit rijker geworden door de schadevergoeding die hij of zij ontvangt. Maar wordt het slachtoffer dan niet rijker van het smartengeld? Daar staat immers geen kostenpost tegenover. Op zich is het juist dat het smartengeld, ook wel een immateriële schadevergoeding genoemd, niet bedoeld is om materiële schadeposten af te dekken. In zoverre krijg je als slachtoffer iets extra's. Het is een vergoeding die bedoeld is ter compensatie van het leed dat het ongeval heeft veroorzaakt. Of het smartengeld je “rijker” maakt is nog maar de vraag. Tot nog niet zo heel erg lang geleden was het hoogste smartengeld dat door een Nederlandse rechter is toegekend ongeveer € 135.000,00. Je moet daarbij dan denken aan een situatie waarbij iemand als gevolg van een ongeval een hoge dwarslaesie heeft opgelopen en dus niets meer kan. Ik denk niet dat iemand die een hoge dwarslaesie heeft opgelopen zich rijker voelt doordat hij zo’n smartengeld heeft gehad. Wist u overigens dat de nabestaanden van een slachtoffer dat overlijdt als gevolg van een ongeval tot op heden geen eigen recht op smartengeld hebben? Zelfs een potentiële smartengeldclaim van het slachtoffer zelf overerft niet naar diens nabestaanden tenzij namens het slachtoffer nog voor zijn overlijden aanspraak is gemaakt op een smartengeldvergoeding. Overlijdt een slachtoffer direct ter plaatse dan krijgen de nabestaanden van het slachtoffer meestal geen compensatie voor het overduidelijke leed dat hen door het overlijden van hun naaste is aangedaan. Gelukkig gaan er steeds meer stemmen op dat het Nederlandse smartengeld aan herziening toe is. Zo ligt er inmiddels een wetsvoorstel dat ook voor nabestaanden een eigen smartengeldvergoeding, zij het laag, mogelijk maakte. Het hoogste smartengeld is daarnaast inmiddels in de rechtspraak al naar boven bijgesteld. Desalniettemin meen ik oprecht dat van “Amerikaanse toestanden” in het Nederlandse letselschaderecht niet gesproken kan worden. Het slachtoffer krijgt slechts een compensatie voor de materiële schade en daarnaast een doekje voor het bloeden in de vorm van een relatief lage smartengeldvergoeding. Niet meer en niet minder. Wilt u weten waar u recht op heeft? Neem vrijblijvend en kosteloos contact op met ons kantoor, dan helpen wij u verder.  

Een ongeval in het buitenland

29 augustus 2017

Voor de meeste mensen zit de vakantie er jammer genoeg weer op. Veel Nederlanders gaan met de auto op vakantie. Niet iedereen staat er dan echter bij stil dat er ook in het buitenland ongelukken gebeuren. Over het algemeen wordt er wel wat geregeld voor autopech. Als er al geen pechhulp door de dealer is geregeld, wordt men lid van, bijvoorbeeld, de ANWB. Komt u met een kokende motor stil te staan langs de Route du Soleil, dan krijgt u hulp en ondersteuning. Goed geregeld. Maar wat nu als niet de motor het wegens oververhitting begeeft, maar u wordt aangereden? Of u veroorzaakt zelf een ongeval waarbij u ook zelf letsel oploopt? Heeft u het dan ook goed geregeld? Bij een ongeval in het buitenland is vaak niet het Nederlandse recht van toepassing. Heeft u enig idee of de vergoedingen voor letselschade in, bijvoorbeeld, het Franse recht vergelijkbaar zijn met de Nederlandse vergoedingen? Of het Tsjechische recht? Montenegro? Als u aangereden wordt en er is buitenlands recht van toepassing, dan zal uw schade geregeld moeten worden overeenkomstig de regels van dat land, of dat nu voordelig of nadelig voor u is. Bent u zelf aansprakelijk, dan dekt de aansprakelijkheidsverzekering die u voor uw auto heeft afgesloten de door u veroorzaakte schade. Als u bij dat ongeval zelf letsel oploopt, blijft u met uw eigen letselschade zitten. Is daar niet wat aan te doen? Jazeker, u kunt een Schade Verzekering Inzittende (SVI) verzekering afsluiten. Die verzekering dekt letselschade, ook als u zelf aansprakelijk bent, volgens het Nederlandse recht. U hebt dan altijd een verzekeraar die uw schade, binnen zekere in de polis en de polisvoorwaarden bepaalde grenzen, dekt volgens de regels van het Nederlandse recht. Het voordeel is, dat de meeste polissen het ook mogelijk maken u bij de afwikkeling van uw schade te laten bijstaan door een ter zake deskundige letselschadeadvocaat. Die kosten worden ook vergoed. Misschien goed om eens over na te denken voor de volgende vakantie?

De Winter is in aantocht!

2 december 2016

De bladeren beginnen te vallen, de temperatuur daalt, de dagen worden korter en de verlichting moet eerder aan. De herfst is in volle gang en de winter komt in zicht! In deze tijd van het jaar zijn de wegen vaak gladder en is het zicht op de weg slechter. Kortom; de kans op een ongeluk wordt groter. Zorg er daarom voor dat u veilig op pad gaat. Bent u te voet zorg er dan voor dat u goed zichtbaar bent voor de andere verkeersdeelnemers. Maakt u gebruik van een fiets of een ander vervoermiddel op twee wielen controleer dan tijdig uw verlichting. Wanneer u ervoor kiest om met uw auto weg te gaan zorg er dan voor dat deze periodiek wordt gekeurd en is voorzien van veilige (winter)banden. Maak bij sneeuw of condens uw voorruit (sneeuw)vrij zodat uw zicht zo min mogelijk belemmerd wordt en pas uw snelheid aan, aan de weersomstandigheden en de toestand van de weg.. Heeft u alle veiligheidsvoorschriften in acht genomen? Dan kunt u uiteraard alsnog het slachtoffer worden van een verkeersongeval met letsel tot gevolg doordat bijvoorbeeld een andere verkeersdeelnemer niet goed heeft opgelet. De schade die u heeft opgelopen wilt u graag vergoed zien maar kunt u die schade ook verhalen? Het antwoord op deze vraag hangt af van de toedracht van het ongeval en de omvang en de ernst van de schade. Uiteraard kunnen wij u nader informeren over uw vragen. Heeft u letsel opgelopen naar aanleiding van een verkeersongeval en wilt u graag advies over de mogelijkheden? Neem dan contact op met ons kantoor voor een vrijblijvend en kosteloos eerste adviesgesprek!

Tijd voor een nieuw begin!

12 september 2016

De vakantieperiode is weer voorbij. Veel mensen zijn uitgerust en hebben nieuwe energie opgedaan. De tijd om keuzes nog eens tegen het licht te houden.  Ook op het gebied van letselschade. Wordt het niet eens tijd om met m’n huisarts te overleggen over een andere behandeling? Is een second opinion misschien verstandig? Moet ik nog wel doorgaan met deze behandeling? Vragen die vaak opkomen als je de tijd hebt om eens rustig na te denken. Het is heel verstandig af en toe eens rustig te overdenken of je nog wel op de goede weg bent. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zoals het aloude spreekwoord luidt. Niet alleen over de medische behandeling van je letsel moet je af en toe eens goed nadenken. Soms is je letsel een gevolg van een ongeval of medische fout waarvoor een ander aansprakelijk is. Het kan geen kwaad om ook daar eens extra aandacht aan te besteden. Wie weet heb je nog geen actie ondernomen om je schade vergoed te krijgen omdat het allemaal erg mee leek te vallen. Is dat echter wel zo, valt het werkelijk mee? Loop je niet al (te) lang met allerlei klachten te sukkelen? Maar ook als je al wel werk hebt gemaakt van je letselschade zaak is het goed om eens stil te staan bij de afwikkeling daarvan. Loopt het allemaal nog zoals ik wil? Wat is eigenlijk de stand van zaken? Is dit werkelijk de beste strategie om te volgen? Wat zijn de andere mogelijkheden en de voor- en nadelen daarvan? Het kan zeker geen kwaad om eens vrijblijvend bij ons te informeren naar de mogelijkheden. Ook als je al bezig bent je schade te verhalen! Loop eens binnen op ons gratis spreekuur of maak een vrijblijvende afspraak voor een kosteloos adviesgesprek. Baat het niet, dan schaadt het zeker niet!  

Een ongeluk veroorzaakt, wat nu?

1 augustus 2016

  Het kan zomaar gebeuren. U had een zware dag op het werk en rijdt in uw auto naar huis. De route heeft u al 1000 keer gereden, de automatische piloot staat aan. U denkt aan de vakantieplannen die u eerder heeft gemaakt, wanneer u een andere automobilist die van rechts komt helemaal over het hoofd ziet. Er ontstaat een aanrijding en u bent de schuldige! U gaat er zonder meer van uit dat uw schade niet voor vergoeding in aanmerking zal komen. Dat is echter niet altijd juist.   De schade aan uw auto zal door uw eigen verzekeraar worden vergoed wanneer u een volledige cascoverzekering of allrisk verzekering heeft afgesloten. Wanneer u zelf schuldig bent aan het ontstaan van een ongeval zal uw eigen verzekeraar in ieder geval de schade aan uw voertuig vergoeden.    Maar hoe zit het dan met uw letselschade? Kunt u deze ergens verhalen? Wanneer u de juiste verzekering(en) heeft afgesloten kan ook uw eigen schade in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. U heeft de mogelijkheid om naast de u bekende WA verzekering voor uw auto ook een ongevallenverzekering voor inzittenden en/of een schadeverzekering voor inzittenden af te sluiten.   Een ongevallen verzekering voor inzittenden is een sommenverzekering. Dat wil zeggen dat een eventuele uitkering wordt gebaseerd op vooraf vastgestelde bedragen. Wanneer u of een inzittende van uw auto ten gevolge van het ongeval blijvend invalide wordt of komt te overlijden zal uw verzekering een percentage van het verzekerde bedrag uitkeren dat in de polisvoorwaarden is vastgelegd.   De schadeverzekering voor inzittenden is een schadeverzekering. Dat houdt in dat de daadwerkelijk door u of een andere inzittende geleden letselschade zal worden vergoed. De vaststelling van de schade vindt meestal plaats op dezelfde manier als bij een aansprakelijkheidsverzekering. Het verschil zit erin dat de schadeverzekering uitkeert ongeacht de schuldvraag. Als u uw letselschade afwikkelt met uw eigen verzekeraar is het van belang hierbij juridische hulp te zoeken. De kosten voor deze rechtsbijstand worden over het algemeen gedekt door uw SVI verzekering. Het staat u dus vrij contact op te nemen met een advocaat.    Mocht u specifieke vragen hebben over dit artikel of letselschade in het algemeen, neemt u dan kosteloos  en geheel vrijblijvend contact op met een van onze letselschadeadvocaten. Uiteraard kunt u ook gebruik maken van onze gratis inloop spreekuren, op maandag van 12.00 tot 14.00 en op donderdag van 17.00 tot 18.00.  

Een ongeluk in het buitenland: en dan?

24 juni 2016

De zomervakantie staat alweer bijna voor de deur. Nog een paar weken en dan pakt een groot deel van Nederland de bagage weer in de auto en rijdt, al dan niet met caravan, richting het zuiden.   Als het goed is, sta je niet stil bij wat er allemaal fout kan gaan op weg naar de vakantiebestemming. En dat is maar goed ook; vakantie is er om te ontspannen en plezier te maken.   Toch wil ik graag een paar tips meegeven. Mocht er iets fout gaan onderweg, dan weet je in ieder geval hoe je moet handelen.   Zorg vooraf voor een goede reisverzekering. Let erop, dat deze verzekering de kosten van vervangend vervoer en/of repatriëring dekt.   Neem een Europees schadeformulier mee. Als je een ongeval meemaakt met schade of letsel, vul dat dan zo volledig mogelijk in, en laat de andere partij dat ook invullen. Zet beiden een handtekening, maar zet die handtekening alleen als je het volledig eens bent met de omschreven toedracht.   Maak foto’s van de plaats van het ongeval met de betrokken voertuigen, zo mogelijk wanneer deze nog niet verplaatst zijn. Maak ook foto’s van de verkeerssituatie ter plaatse.   Als dat allemaal niet mogelijk is, bijvoorbeeld doordat je daar niet toe in staat bent vanwege de ernst van het letsel, moet dat later zoveel mogelijk worden gereconstrueerd. Als het goed is, komen bij dat soort ongevallen wel politie en ambulance ter plaatse. Je belangenbehartiger kan dan later het proces-verbaal van de politie opvragen.   Meestal is bij een ongeval in het buitenland het recht van dat land van toepassing. Dit hoeft geen probleem te zijn, omdat je voor hulp gewoon een Nederlandse letselschadeadvocaat kunt inschakelen. Binnen de EU bestaat de regeling, dat de buitenlandse aansprakelijkheidsverzekeraar  een Nederlands regelingsbureau moet inschakelen als het slachtoffer in Nederland woont. Op die manier kan de schade gewoon door een Nederlandse deskundige advocaat worden geregeld.   Het team van Van der Putt Advocaten wenst u alvast een prettige en vooral behouden vakantie toe!

Kansloze letselschadezaak?

28 januari 2016

Veel mensen hebben tegenwoordig een rechtsbijstandsverzekering. Voor relatief weinig geld krijg je eerstelijns rechtshulp.   Zoals veel mensen inmiddels zullen weten hoef je voor de afwikkeling van je letselschadezaak meestal geen beroep te doen op je rechtsbijstandsverzekeraar aangezien de kosten van rechtshulp vergoed moeten worden door de aansprakelijke tegenpartij. Je kunt dan ook beter direct contact opnemen met een gespecialiseerde letselschade advocaat om je verder te helpen. Het regelen van een letselschadezaak is immers werk  voor specialisten!   Als je rechtsbijstandverzekering met je letselschadezaak is begonnen en van mening is dat jij helaas geen recht hebt op (een hogere) schadevergoeding, betekent dit niet dat dit het eindstation zou moeten zijn. In alle rechtsbijstandsverzekeringpolissen is immers een zogenaamde geschillenregeling opgenomen. Ben je het niet eens met het standpunt van je rechtsbijstandsverzekeraar dan mag je dit standpunt, op kosten van je rechtsbijstandsverzekeraar, laten toetsen door een ter zake deskundige letselschadeadvocaat. Je mag daarvoor meestal zelf een eigen advocaat aanwijzen en hoeft zeker geen gebruik te maken van advocaten die door de rechtsbijstandsverzekeraar worden aanbevolen. Het gaat immers om een volledig onafhankelijke second opinion. De letselschade advocaat zal de zaak opnieuw beoordelen. Is de letselschade advocaat van mening dat je zaak inderdaad weinig kans op succes heeft dan mag je rechtsbijstandsverzekeraar met de zaak stoppen. Is de letselschade advocaat van mening dat er wel degelijk wat in je zaak zit dan moet de rechtsbijstandsverzekeraar de zaak weer oppakken en verder behandelen overeenkomstig de aanwijzingen van de onafhankelijke letselschade advocaat.   Leg je dan ook niet te snel bij een afwijzing neer en doe zonodig een beroep op de geschillenregeling. De letselschade advocaten van ons kantoor kunnen in dat kader ook een second opinion geven. Mocht je meer informatie willen dan kun je altijd contact opnemen of langskomen op ons spreekuur, maandag van 12:00 tot 14:00 uur en donderdag van 17:00-18:00 uur.  

Smartengeld in Nederland

22 december 2015

Wanneer u betrokken bent geraakt bij een ongeval waarvoor een ander aansprakelijk is, heeft u in veel gevallen recht op een schadevergoeding. Deze vergoeding bestaat uit een vergoeding voor materiele èn immateriële schade. Bij materiele schade moet u denken aan verlies aan arbeidsvermogen, medische kosten of kosten voor hulp in de huishouding. U heeft echter ook recht op een vergoeding van uw immateriële schade. Dit wordt ook wel de smartengeldvergoeding genoemd.   U zou de smartengeldvergoeding kunnen zien als een compensatie voor door u geleden pijn en gederfde levensvreugde. Dat klinkt een beetje ouderwets, maar het dekt wel de lading. De hoogte van de smartengeldvergoeding hangt af van de ernst van het letsel en de impact van het letsel op iemands leven. Een hoge smartengeldvergoeding betekent dus meestal dat het slachtoffer aanzienlijk letsel heeft opgelopen.   Veel mensen hebben (te) hoge verwachtingen van de smartengeldvergoeding. Deze verwachtingen worden meestal  gevoed door de letselschade praktijk in Amerika. Iedereen heeft namelijk wel eens gehoord van de enorme schadeclaims tegen, bijvoorbeeld, de McDonalds.  In Nederland bestaan er echter geen “Amerikaanse toestanden”. Hier is het smartengeld slechts een pleister op de wonde of een doekje voor het bloeden. Nederland blijft met de hoogte van de uitgekeerde smartengeldbedragen zelfs achter bij de vaak (wat) ruimhartigere vergoedingen in de ons omringende landen.   Het tij lijkt echter te keren! Het UMC Utrecht heeft een aantal weken geleden ruim € 338.000,00 aan smartengeldvergoeding uitgekeerd aan een slachtoffer van een medische fout. Daarnaast werd op 11 november 2015 door de rechtbank Gelderland in een baanbrekende uitspraak een smartengeldvergoeding van  € 200.000,00 aan een slachtoffer toegewezen. Dit is bijna €50.000,00 meer dan de hoogste (door een rechtbank toegewezen) smartengeldvergoeding in Nederland tot dan toe. Laten we hopen dat met deze uitkering en deze uitspraak de Nederlandse smartengeldvergoedingen wat meer in de pas gaan lopen met die in de ons omringende landen.   Mocht u vragen hebben over letselschade of over een smartengeldvergoeding, neemt u dan kosteloos  en gehele vrijblijvend contact op met een van onze letselschadeadvocaten. Uiteraard kunt u ook gebruik maken van onze gratis inloop spreekuren, op maandag van 12.00 tot 14.00 en op donderdag van 17.00 tot 18.00.

De dokter kan niets vinden, dus ...?

19 november 2015

In de letselschadepraktijk wordt er over een heleboel onderwerpen uitvoerig gediscussieerd maar over één onderwerp in het bijzonder, de zogenaamde causaliteitsvraag. In gewoon Nederlands: wat is nu de oorzaak van bepaalde klachten?  Voor artsen is het niet altijd mogelijk om een oorzaak voor een gezondheidsprobleem aan te wijzen. Iemand kan klachten hebben zonder dat er een beschadiging in of aan het lichaam aantoonbaar is. Als je klachten hebt waarvoor de dokter geen goede verklaring kan geven dan zal de dokter niet snel zeggen dat die klachten, bijvoorbeeld, door een ongeval zijn veroorzaakt. Een verzekeraar zal alleen de schade willen betalen die het gevolg is van een ongeval waarvoor de verzekeraar van de tegenpartij de aansprakelijkheid heeft erkend. Kan een dokter geen beschadiging in of aan het lichaam vinden dan zal een verzekeraar al snel zeggen dat er dus geen verband is tussen die klachten en het ongeval. Dat is echter veel te kort door de bocht. De medische wetenschap is immers nog steeds niet uitgeleerd. Wat we nu nog niet weten, weten we misschien over 10 jaar wel en ziektes die nu prima verklaarbaar zijn waren dat 100 jaar geleden nog niet. In de rechtspraak is bepaald dat die onzekerheid niet ten nadele van het slachtoffer moet komen. Dit wordt in de rechtspraak wel de ruime toerekening genoemd. Betekent dit dus dat alle klachten die iemand stelt te hebben zomaar voor rekening gebracht kunnen worden van een verzekeraar? Nee, natuurlijk niet. Duidelijk zal immers moeten zijn dat de klachten die iemand heeft er niet waren voor het ongeval. Ook moet er geen andere oorzaak voor de klachten zijn te vinden. Tenslotte, maar niet onbelangrijk, moeten de klachten die iemand stelt te hebben natuurlijk wel reëel zijn. Waren de klachten er niet voor het ongeval, is er geen andere oorzaak aan te wijzen en zijn de klachten reëel? Dan worden ook klachten waarvoor niet direct een medische verklaring te vinden is aan een ongeval toegerekend. Ga dan ook niet te snel akkoord met de mededeling van een verzekeraar dat, nu er geen medische verklaring voor bepaalde klachten is, er dus geen schade is.

Letselschade: tekenen bij het kruisje, of niet?

26 oktober 2015

Met enige regelmaat komt er iemand bij ons op kantoor langs met de vraag of hij een vaststellingsovereenkomst kan ondertekenen ter regeling van zijn letselschadezaak. Een vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarmee de meeste letselschadezaken uiteindelijk worden afgerond. Het is een hele “harde” overeenkomst. Als er eenmaal een handtekening is gezet door de verzekeraar en het slachtoffer dan is de overeenkomst voor beide partijen ook definitief en bindend. Een eenmaal ondertekende vaststellingsovereenkomst kan bijna niet teruggedraaid worden.   Helaas is het zo dat veel belangenbehartigers de slachtoffers die zij bijstaan niet of nauwelijks op de hoogte houden van het verloop van de letselschadezaak. Te vaak maken we mee dat slachtoffers geconfronteerd worden met een regelingsvoorstel dat door hun belangenbehartiger al met de tegenpartij is besproken zonder dat zij daar ook maar iets van afweten. De regeling van een letselschadezaak wordt dan al snel een “teken nu maar bij het kruisje” regeling.   De afwikkeling van een letselschadezaak is daar toch echt te belangrijk voor! Het is van belang dat het slachtoffer door de belangenbehartiger continu op de hoogte gehouden wordt van de diverse stappen die gezet worden. Tijdens de afwikkeling van een letselschadezaak moet heel vaak een keuze gemaakt worden welke richting men op wil. Het is de taak van de belangenbehartiger om die keuzemomenten met het slachtoffer goed te bespreken zodat het slachtoffer zelf een weloverwogen keuze kan maken. Het is immers niet de belangenbehartiger die bepaalt hoe een letselschadezaak uiteindelijk afgewikkeld zou moeten worden maar het slachtoffer zelf. De belangenbehartiger is daarbij een adviseur die goed op de hoogte is van alle regels en mogelijkheden.   Als je het gevoel hebt dat je niet of nauwelijks op de hoogte wordt gehouden van de voortgang van de afwikkeling van jouw letselschadezaak, dan gaat er mogelijk iets mis. Als geen ander moet je immers weten wat nu de stand van zaken is, welke keuzes je in het verleden hebt gemaakt en waarom je daarvoor gekozen hebt. Pas als je in het voortraject betrokken wordt bij de regeling van je letselschadezaak kun je uiteindelijk met een gerust hart je handtekening zetten onder een vaststellingsovereenkomst.   Zolang je nog geen handtekening hebt gezet kun je er altijd nog voor kiezen om op een andere manier je letselschadezaak te regelen. Loop eens binnen op ons spreekuur of maak een afspraak voor een vrijblijvend overleg met een van onze letselschadeadvocaten. Wij kunnen je dan uitleggen hoe het ook anders kan. Tekenen kan altijd nog!

No cure no pay: een goed idee?

6 september 2013

Veel mensen vragen mij bij een intakegesprek in een letselschadezaak, of  ik hun zaak kan aannemen met een no cure no pay-afspraak.  In het navolgende leg ik uit wat er precies onder no cure no pay moet verstaan en of het slim is om zo’n afspraak overeen te komen met je belangenbehartiger.   Wat is no cure no pay precies?   No cure no pay  is kortgezegd een overeenkomst waarbij je je belangenbehartiger alleen hoeft te betalen als er een bepaald resultaat wordt behaald. Wordt er geen succes geboekt door de belangenbehartiger, dan hoef je hem/haar niets te betalen. Gekoppeld aan deze afspraak wordt dan vervolgens overeengekomen dat als er wel resultaat wordt geboekt, een bepaald percentage van dat behaalde resultaat (vaak: ergens tussen de 20 en 30 %) aan de belangenbehartiger moet worden voldaan.   Wat mag een advocaat op dit moment met u afspreken?   Het is advocaten  nu nog verboden om no cure no pay- afspraken te maken met een cliënt.  Dit verandert op 1 januari 2014 (zie verderop in dit artikel). In letselschadezaken zijn veel bureaus op de markt die ook aan belangenbehartiging doen maar geen advocaat zijn. Zij mogen op dit moment al wel no cure no pay afspraken maken.   Wat veel mensen niet weten is echter dat de advocaat de kosten van zijn/haar werkzaamheden meestal volledig op de tegenpartij kan verhalen. Als de tegenpartij immers aansprakelijk is voor het ontstaan van uw schade, moet die tegenpartij al uw schade vergoeden, dus ook de advocaatkosten! Dit betekent dat wij in het overgrote deel van al onze zaken de kosten bij de tegenpartij claimen.  Op die manier kost het u dus feitelijk niets om een advocaat in te schakelen! U hoeft die kosten dan ook niet voor te schieten aan ons.   Keuze   Als u dus een afspraak met uw belangenbehartiger maakt over diens kosten, laat u dan niet te snel verleiden om een no cure no pay-contract te tekenen.  Als u zich laat bijstaan door een advocaat mag deze sowieso nog  geen no cure no pay-afspraak met u maken, maar ook bij een andere belangenbehartiger geldt: als de aansprakelijkheid geen discussie vormt, is een no cure no pay-afspraak nooit voordelig voor u!  U draagt dan immers een deel van de schadevergoeding af aan de belangenbehartiger, en dat is helemaal niet nodig omdat die diens kosten bij de wederpartij kan terughalen.   Nieuwe ontwikkeling in de advocatuur   Voor sommige zaken kan een soort no cure no pay-overeenkomst misschien wel zinvol zijn. Denk daarbij aan zaken waar de aansprakelijkheid een punt van discussie kan vormen, zoals je vaak bij medische kwesties ziet gebeuren. Om te voorkomen dat je in zo’n zaak advocaatkosten moet voorschieten, begint de Orde van Advocaten per 1 januari 2014 een experiment met het toestaan van een resultaatsafhankelijke beloning voor advocaten in letsel-en overlijdensschadezaken.  Daarbij mag u met uw advocaat afspreken dat deze voor zijn/haar werk geen honorarium in rekening brengt zolang er geen resultaat wordt behaald.  Als er wel resultaat wordt behaald mag de advocaat een  gebruikelijke beloning in rekening brengen volgens een uurtarief, met een eventuele opslag van maximaal 100 %. Het op die manier te declareren bedrag mag dan echter nooit meer zijn dan 25 % van het behaalde resultaat. De basis voor de berekening van de kosten blijft dus zo liggen in het uurtarief; hoe meer uren de advocaat heeft moeten besteden aan de zaak, hoe meer kosten hij/zij in rekening mag brengen. Dit is een eerlijker systeem dan de zuivere no cure no pay,  waarbij de belangenbehartiger in theorie met minimale inspanning een grote vergoeding kan binnenslepen.   Een rekenvoorbeeld   Als je een zuivere no cure no pay-overeenkomst met je belangenbehartiger bent overeengekomen,  kan zich het volgende voordoen. Stel: de verzekeraar (de aansprakelijke partij) is al snel akkoord met de aansprakelijkheid en bepaalt uw schadevergoeding zonder veel discussie na anderhalf jaar op € 100.000,-.  In de overeenkomst met uw belangenbehartiger is opgenomen dat deze 20% van de schadevergoeding als honorarium ontvangt. Dan krijgt uw belangenbehartiger dus € 20.000,- en uzelf ontvangt € 80.000,-. Gesteld dat uw belangenbehartiger in die anderhalf jaar 20 uur aan uw zaak heeft gewerkt.  Op basis van een uurtarief van € 250,- inclusief BTW zou uw belangenbehartiger dan 20 x € 250,- = € 5000,- ontvangen.  Dat bedrag dient door de wederpartij te worden vergoed, dus kost het u feitelijk niets en houdt u € 100.000,- over. Dit, terwijl een no cure no pay-vergoeding niet door de wederpartij hoeft te worden vergoed. U ziet: de verschillen kunnen groot zijn!   Meer weten?   Wilt u meer weten over de vraag of no cure no pay in uw zaak zinvol is? Of heeft u een no cure no pay-contract met een belangenbehartiger afgesloten en wilt u deze overeenkomst laten beoordelen? Neem dan contact op met ons voor een kosteloos en vrijblijvend eerste gesprek.  

Whiplash, je zal het maar hebben!

2 januari 2013

Iedereen heeft er wel eens van gehoord. Whiplash. Veel mensen hebben er ook een mening over. Het is zeer lastig, zo niet onmogelijk, om bij mensen die last hebben van, zoals dat vaak genoemd wordt, whiplash-achtige klachten, een beschadiging in of aan het lichaam zichtbaar te maken die de klachten kan verklaren. Wel kunnen whiplashachtige klachten een grote invloed hebben op de levensvreugde en ook tot een aanzienlijke schade leiden. Meestal staan nekklachten en hoofdpijn op de voorgrond, maar ook concentratieproblemen, geheugenproblemen, slaapproblemen en ernstige vermoeidheid komen vaak voor. Whiplashslachtoffers stuiten regelmatig op onbegrip bij hun omgeving. Kreten als “je ziet er goed uit, waarom ben je nog niet aan het werk?” en “kom op, even doorbijten, hoofdpijn heb ik ook wel eens” worden heel veel gehoord. Als er ook een verzekeraar bij de kwestie betrokken is, bijvoorbeeld als de whiplash een gevolg is van een ongeval, wordt het vaak nog vervelender. Veel verzekeraars hebben als beleid dat zij langdurige whiplashklachten niet als ongevalsgevolg erkennen. Die verzekeraars schakelen dan hun medisch adviseur in die stelt dat er geen lichamelijke afwijkingen zichtbaar zijn, dus kan er geen sprake zijn van letsel als gevolg van het ongeval. De voor de verzekeraars optredende schaderegelaars volgen dat advies en geven dan aan het slachtoffer aan dat de zaak “pragmatisch” geregeld kan worden. Dat houdt in dat de verzekeraar een bedrag(je) betaalt en de zaak daarmee als afgehandeld beschouwt. Het slachtoffer blijft achter met forse klachten en beperkingen, maar is niet in staat om de benodigde hulp te financieren, omdat de afkoopsom niet toereikend is. Helaas zijn er zelfs belangenbehartigers en rechtsbijstandsverzekeraars die er ook heel snel voor kiezen om de zaak pragmatisch af te doen. Van een verzekeraar valt dat nog te begrijpen, maar een belangenbehartiger zou beter moeten weten! De rechtspraak is immers duidelijk: als de klachten van het slachtoffer reëel, niet ingebeelden niet voorgewend zijn, komen ze voor rekening van de verzekeraar, ook als er geen aantoonbaar letsel is. Dat is toch wat anders dan “we zien niks, dus is er niks”. De vraag is, hoe je dit aantoont. Veelal kijk je dan eerst naar de medische voorgeschiedenis. Heeft het slachtoffer nooit eerder vergelijkbare klachten gehad en nemen de huidige behandelaars, zoals de huisarts of een fysiotherapeut, de klachten serieus? Dan is aannemelijk dat de klachten door het ongeval veroorzaakt zijn. Als er wel eerder vergelijkbare klachten zijn geweest, ga je verder kijken. Waren dat dezelfde soort klachten? Waardoor werden deze klachten veroorzaakt? Welke behandelingen zijn er geweest enwat was het resultaat? Ook als er al eerder vergelijkbare klachten waren, kan het zijn dat de huidige klachten door het ongeval veroorzaakt zijn. Enkel als er kort voor het ongeval dezelfde klachten waren, zal het moeilijk worden om de klachten na het ongeval als ongevalsgevolg te benoemen. Dan kan een pragmatische oplossing de beste keuze zijn. In alle andere gevallen: niet te snel de moed verliezen en doorvechten voor je rechtop schadevergoeding! In een aantal zaken moet er, nadat het medisch dossier beoordeeld is, nog verder onderzoek gedaan worden, omdat de verzekeraar door een onafhankelijke arts vastgesteld wil hebben dat er echt geen andere oorzaak voor de klachten is. Omdat het klachtenpatroonlijkt op klachten die bij een aantal neurologische ziektebeelden voorkomen, wordt dan vaak een neuroloog ingeschakeld. Niet iedere neuroloog is even overtuigd van hetfeit dat whiplashletsel ook echt letsel is. Laat je je onderzoeken door een neuroloogdie niet in whiplashletsel gelooft, dan is de uitkomst van het onderzoek voorspelbaar. Verzekeraars zullen natuurlijk aandringen op onderzoek door een hen welgevallige neuroloog. Ga niet akkoord met zo’n onderzoek als je geen belangenbehartiger hebt die terzake deskundig is en weet welke neuroloog wel en welke niet gevraagd zou moeten worden voor het onderzoek. Met behulp van een ter zake deskundige belangenbehartiger kan ook een whiplashletsel naar tevredenheid van het slachtoffer worden geregeld. Helaas zit er ook bij belangenbehartigers nogal wat kaf onder het koren. Kies dus voor een gespecialiseerde belangenbehartiger. De letselschadeadvocaten van Van der Putt Advocaten zijn dat. Ons kantoor heeft het keurmerk van de Stichting Keurmerk Letselschade en de letselschadeadvocatenvan ons kantoor zijn aangesloten bij de LSA (de vereniging van letselschadeadvocaten), de ASP (de vereniging van letselschadeadvocaten die alleen optreden namensslachtoffers) en de WAA (de werkgroep artsen en advocaten, een overlegorgaan van artsen en advocaten die slachtoffers bijstaan bij de afwikkeling van letselschadezaken). Neem gerust vrijblijvend contact op voor een gratis kennismakingsgesprek of kom langs op ons gratis inloopspreekuur, ook als u al een belangenbehartiger heeft!

Eigen schuld, dikke bult

3 september 2012

Veel mensen weten wel dat zogenaamde “zwakke” verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers bij een verkeersongeval met een gemotoriseerde verkeersdeelnemer beschermd worden. Ze krijgen meestal minimaal 50% van hun schade vergoed, ook alhebben ze zelf een verkeersfout gemaakt. Het is dan ook altijd zinvol om te laten onderzoeken of je recht hebt op een schadevergoeding, zelfs al ga je er zonder meer van uit dat het ongeval je eigen schuld is. Anders ligt dat bij een ongeval tussen gemotoriseerde verkeersdeelnemers. Dan moet er goed gekeken worden wie er fout zat. Dit kan betekenen dat je geheel of gedeeltelijk met je eigen schade blijft zitten. Ook hier moet je echter niet te snel genoegen nemen met het standpunt van de verzekeraar van de tegenpartij dat het ongeval je eigen schuld is. Die verzekeraar heeft er immers belang bij om dat standpunt te verdedigen, want dan hoeft er geen schadevergoeding betaald te worden. Het kan nooit kwaad om een en ander eens goed uit te zoeken, zeker als er sprake is van (ernstig) letsel. Zo zou je eens bij je eigen verzekeraar kunnen informeren of die aansprakelijk is gesteld door de tegenpartij en of je eigen verzekeraar van mening is dat jij degene bent die verantwoordelijk is voor het ontstaan van het ongeval. Als ook je eigen verzekeraar aangeeft dat je toch echt aansprakelijk bent voor de schade van de ander betekent dit dat je je schade waarschijnlijk niet kunt verhalen op de verzekeraar van de andere partij. Eigen schuld, dikke bult dus. Of toch niet? Veel mensen sluiten bewust of zelfs onbewust een speciale verzekering af voor dit soort situaties. Voor de autoschade kan een zogenaamde “all-risk” polis helpen, maar die dekt niet de schade die het gevolg is van het opgelopen letsel. Een SVI-verzekering, de Schadeverzekering Voor Inzittenden, dekt wel de letselschade van een verkeersdeelnemer die door eigen schuld letsel heeft opgelopen, zelfs de schade van de bestuurder die de fout heeft gemaakt. Waar je recht op hebt als je een beroep moet doen op je eigen SVI-verzekering, wordt bepaald door de polisvoorwaarden. Dit kan betekenen dat je niet al je schade vergoed krijgt. Polisvoorwaarden laten zich ook niet altijd makkelijk lezen en verzekeraars zullen de polisvoorwaarden natuurlijk in hun eigen voordeel uitleggen. Het is dan ook erg belangrijk om ook als je je letselschade afwikkelt met je eigen verzekeraar hulp hierbij te zoeken. Vaak heb je recht op een hogere en betere vergoeding dan waar je in eerste instantie van uit gaat. Het mooie is dat vrijwel alle SVI-verzekeringen de kosten voor rechtsbijstand dekken. Dat betekent dus dat de hulp die je krijgt van je letselschadeadvocaat voor rekening komen van je eigen verzekeraar. Wil je meer informatie over dit onderwerp? Kom dan langs op ons inloopspreekuur op maandag van 12.00 tot 14.00 en op woensdag van 17.00 tot 18.00. Een afspraak maken voor een kosteloos en vrijblijvend adviesgesprek is natuurlijk ook mogelijk.

Rechtsbijstandverzekering bij letselschade: een goede keuze?

30 november 2011

Steeds meer mensen sluiten een rechtsbijstandverzekering af. Iedereen hoopt natuurlijk deze nooit nodig te hebben. Gemiddeld stuiten mensen echter 1 tot 2 keer in hun leven op een juridisch geschil waarvoor ze hulp nodig hebben. Dan lijkt een  rechtsbijstandverzekering handig. De vraag is echter, of dat altijd zo is. Je kunt voor veel soorten zaken een rechtsbijstandverzekering afsluiten: verkeer, werk, wonen, gezondheid en dergelijke. Vaak weten mensen niet dat zij een rechtsbijstandverzekering hebben afgesloten die veel van deze gebieden uitsluit. Zij hebben dan bijvoorbeeld alleen een verzekering afgesloten voor verkeer. Hebben ze dan een geschil met een leverancier over een product, dan kunnen ze niet bij de rechtsbijstandverzekering terecht. Veel mensen met een rechtsbijstandverzekering komen uiteindelijk bij ons terecht omdat ze ontevreden zijn over de inzet en/of de aanpak van hun rechtsbijstandverzekeraar. Er is vaak sprake van een onpersoonlijke aanpak. “Ik heb nog nooit iemand op bezoek gehad”, “ik heb het gevoel dat er niet voor mij gevochten wordt”, het zijn 2 uitspraken over rechtsbijstandverzekeraars die wij zeer regelmatig horen van mensen die bij ons komen met een letselschadezaak. Als de aansprakelijkheid voor een ongeluk door de tegenpartij (meestal een aansprakelijkheidsverzekeraar) is erkend, kan een letselschadeadvocaat uw zaak kosteloos overnemen. U kunt dan rekenen op iemand die voor uw belangen vecht, ook als het moeilijk wordt. De kosten van onze werkzaamheden worden volledig verhaald op de tegenpartij. Ons werk kost u dus niets! Ook als de tegenpartij de aansprakelijkheid (nog) niet heeft erkend, kunt u bij ons terecht. Een eerste gesprek is altijd gratis; we kunnen dan bekijken welke mogelijkheden u heeft om uw schade door ons te laten verhalen. Als u een rechtsbijstandverzekering heeft, kunnen we daarmee vaak afspraken maken over de behandeling van uw zaak. Graag staan wij u vakkundig bij. Uw belang staat daarbij altijd voorop! Als u naar aanleiding van dit artikel vragen heeft of graag uw mogelijkheden wilt bespreken, aarzel dan niet om ons kosteloos en vrijblijvend te bellen of te mailen. Of kom langs tijdens ons gratis inloopspreekuur op maandag van 12.00 tot 14.00 uur of donderdag van 17.00 tot 18.00 uur. Arthur van Dok

No cure no pay

29 maart 2011

No cure no pay, wie kent het niet? Vooral in letselschade zaken is dit een bekende kreet. Onderdeel van een no cure no pay  afspraak is, dat als er een schadevergoeding betaald moet worden, de belangenbehartiger een percentage daarvan krijgt, soms wel 25% Helaas weten veel mensen nog steeds niet dat de kosten van een letselschadeadvocaat betaald moeten worden door de aansprakelijke tegenpartij of diens verzekeraar. Als u dus door toedoen van een ander letsel heeft opgelopen, kunt u  gewoon een letselschadeadvocaat inschakelen die uw schade verhaalt op de tegenpartij, terwijl hij zijn kosten ook verhaalt. U  hoeft dus niets af te staan van uw schadevergoeding. Bij een no cure no pay afspraak moet u dat wel en betaalt u dus een deel  van uw schade zelf! Een echte letselschadeadvocaat herkent u aan de verenigingen waarvan hij lid is. De LSA, de verenging van  Letselschade Advocaten, is een vereniging die openstaat voor alle advocaten die gespecialiseerd zijn in letselschade of zich daarin willen specialiseren. De LSA organiseert een zware specialisatieopleiding in samenwerking met de Radboud Universiteit te  Nijmegen. Iemand wordt pas volwaardig LSA-lid als hij deze opleiding met succes heeft afgerond. Daarnaast hebben de  letselschadeadvocaten die alleen optreden voor slachtoffers zich verenigd in de ASP, de vereniging voor Advocaten van  Slachtoffers van Personenschade. Deze advocaten hebben de door de LSA verplichte opleiding met succes afgerond en voldoen daarnaast aan nog zwaardere eisen. Iedere advocaat die zich letselschadeadvocaat noemt, is dat nog niet; alleen bij advocaten die lid zijn van de LSA en ASP weet u zeker dat uw advocaat ook werkelijk specialist is. Voor advies, ook als u al een belangenbehartiger heeft, kunt u vrijblijvend contact met mij opnemen (tel. 0478-556679 of pelckmans@putt.nl). Zo’n kosteloos adviesgesprek verplicht u tot niets maar maakt vaak wel veel duidelijk!


LAATSTE TWEETS