Nieuws

Welke persoonsgegevens mag uw werkgever verwerken?

15 mei 2018

Veel bedrijven zijn bezig met de privacywetgeving, die op 25 mei 2018 in werking zal treden. Op basis van deze regeling heeft u meer rechten inzake de verwerking van uw persoonsgegevens. Zo kunt u uw persoonsgegevens inzien, wijzigen, overdragen, wissen etc. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag een bedrijf, of bijvoorbeeld uw werkgever, uw gegevens ook niet zomaar gebruiken. Er moet een noodzaak zijn, zoals de uitvoering van een overeenkomst, een gerechtvaardigd belang of een wettelijke plicht, maar ook toestemming voor verwerking is een grondslag. Een werkgever verwerkt veel persoonsgegevens van werknemers. Hij beschikt over namen, adressen, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen, maar bijvoorbeeld ook over paspoortkopieën, BSN-nummers of wellicht ziekteverzuimdossiers. Veel gegevens mag de werkgever verwerken, omdat u een arbeidsovereenkomst met hem heeft. Op basis van uw arbeidsovereenkomst ontvangt u als werknemer salaris. De werkgever heeft uw bankrekeningnummer nodig om uw loon te betalen. Hij mag ook een personeelsadministratie voeren, omdat hij een gerechtvaardigd belang heeft. De verwerking is dan immers aantoonbaar noodzakelijk voor de verrichting van bedrijfsactiviteiten. Soms heeft de werkgever een wettelijke plicht om uw persoonsgegevens te verwerken. Zo is hij op grond van de wet gehouden om een kopie van uw identiteitsbewijs te hebben en moet hij bepaalde onderdelen van het personeelsdossier enkele jaren bewaren. Kan de werkgever de verwerking van uw persoonsgegevens niet scharen onder de arbeidsovereenkomst, een gerechtvaardigd bedrijfsbelang of een wettelijke plicht, dan zal de werkgever u om toestemming moeten vragen. Een goed voorbeeld is een verjaarsdagskalender in de bedrijfskantine of een smoelenboek op de intranetpagina van het bedrijf. Een foto van de werknemer kan handig zijn, maar het is niet noodzakelijk. Toestemming krijgen van de werknemer is dan vereist. Daar komt nog bij dat een foto bijzondere persoonsgegevens kan bevatten. Zo kan een foto duidelijkheid geven over de etnische of religieuze achtergrond van de werknemer. Bijzondere persoonsgegevens – waaronder ook medische informatie wordt geschaard – mag niet verwerkt worden, tenzij de AVG een uitzonderingsgrond biedt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij arbeids(on)geschiktheid. De bedrijfsarts mag medische gegevens verwerken, maar de werkgever mag deze gegevens vervolgens niet opnemen in uw reguliere arbeidsdossier. Wilt u weten of uw werkgever zich aan de nieuwe privacyregels houdt? Laat u als werknemer tijdig en goed informeren over uw rechten onder de AVG! Vragen? Neem contact op met mr. drs. Bram Dirkx. T 0478-556674 - E dirkx@putt.nl  

Nieuwe wet; affectieschade

9 mei 2018

Het is volop in het nieuws geweest: op 10 april jl. heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met het wetsvoorstel affectieschade. In 2010 werd het eerste wetsvoorstel nog verworpen. Slachtoffers met letselschade hebben in Nederland recht op volledige vergoeding van geleden en in de toekomst nog te lijden schade. Het gaat dan om materiële- (zoals medische kosten, reiskosten, huishoudelijke hulp en verlies van verdienvermogen/gederfde inkomsten) én immateriële schade (zoals pijn, verdriet en gederfde levensvreugde). Immateriële schade wordt gecompenseerd door een smartengeldvergoeding, welke vergoeding in Nederland relatief laag ligt. Partners, kinderen en ouders van slachtoffers hebben in Nederland in principe geen recht op immateriële schadevergoeding wegens het letsel of de dood van een naaste. Bij de vliegramp met MH17 werd weer eens pijnlijk duidelijk dat Nederland op dat punt een vreemde eend in de bijt is. Nagenoeg alle buitenlandse nabestaanden hadden recht op affectieschade, maar de Nederlandse nabestaanden niet. Dit gaat per 1 januari 2019 eindelijk veranderen voor ongevallen en misdrijven vanaf die datum. Uit onderzoek is gebleken dat naasten behoefte hebben aan aandacht voor de emotionele gevolgen van een ongeval, misdrijf of medische fout. Ook vanuit de letselschadepraktijk is jaren gepleit voor een regeling van affectieschade. Natuurlijk neemt de vergoeding van affectieschade het leed (het verdriet) niet weg, maar het biedt wel erkenning en helpt bij de (rouw)verwerking. Volgens  minister Dekker gaat het om: ‘de erkenning van het verdriet van personen van wie het leven volledig op de kop staat door een fout van iemand anders.' Naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel krijgen recht op smartengeld variërend van € 12.500 tot € 17.500. Bij overlijden krijgen nabestaanden recht op smartengeld variërend van € 15.000 tot € 20.000. Dit smartengeld wordt in die gevallen ‘affectieschade’ genoemd. Er is gekozen voor een regeling met vaste bedragen, ter voorkoming van procedures over de hoogte van het bedrag en langdurige en pijnlijke discussies over het leed. Met ingang van 1 januari 2019 wordt ook het vorderingsrecht van slachtoffers in verband met de kosten van verzorging, verpleging, begeleiding en huishoudelijke hulp verruimd. Bijvoorbeeld als een naaste zorgtaken ten behoeve van het slachtoffer op zich neemt en zich daardoor genoodzaakt ziet minder te gaan werken, kan het slachtoffer de schade die daarvan het gevolg is als vergoeding vorderen. Wilt u weten waar u recht op heeft? Neem vrijblijvend en kosteloos contact op met ons kantoor, dan helpen wij u verder.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe gemeenschap voor ondernemers?

18 april 2018

Voor iedereen die na 1 januari 2018 in het huwelijksbootje stapt, geldt de nieuwe beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat al het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd, gemeenschappelijk is. Het vermogen dat één van de echtgenoten al had bij de huwelijkssluiting wordt niet gemeenschappelijk. Ook erfenissen en schenkingen ( zonder uitsluitingsclausule ) hoeven niet meer te worden gedeeld.    Als u tijdens uw huwelijk een onderneming start, dan valt de onderneming in de gemeenschap van goederen. Dat is niet veranderd. De waarde van uw eenmanszaak, van de aandelen in de bv of van het aandeel in de vof of maatschap moet u ingeval van een echtscheiding bij helfte delen met uw (ex-)echtgeno(o)te. Als u de onderneming al had voordat u in het huwelijk trad, dan blijft deze buiten de gemeenschap en hoeft u de waarde ervan niet te delen. Nieuw is dat bij echtscheiding mogelijk een ‘redelijke’ vergoeding door de onderneming moet worden betaald aan de gemeenschap ( artikel 1:95a BW) als er geld in de onderneming is blijven zitten, tenzij dit geld al niet op een andere wijze aan de echtgenoten ten goede is gekomen. Wat een ‘redelijke’ vergoeding is, geeft de wet niet aan. Dit zal de rechter moeten bepalen. In ieder geval moet u er als ondernemer rekening mee houden dat bij echtscheiding een dergelijke vergoeding van u gevraagd kan worden.   Artikel 1:95a BW geldt ook voor iedereen die vóór 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen is getrouwd en bij wie de onderneming buiten de gemeenschap valt, omdat deze is gefinancierd met een schenking of erfenis onder uitsluitingsclausule.  Voorafgaande aan de huwelijkssluiting blijft het voor een ondernemer verstandig om naar de notaris te gaan. Want ook al blijft de onderneming buiten de gemeenschap, bij een echtscheiding kan het zijn dat u toch een vergoeding moet betalen. Hebt u vragen? Neemt u gerust contact met mij op. Marion van den Aker-Grofffen, advocaat en mediator bij Van de Putt Advocaten in Venray (vandenaker@putt.nl of 0478-556672)

Eindelijk smartengeld voor nabestaanden!

11 april 2018

Gisteren heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ”vergoeding affectieschade” aangenomen. Op grond van dit wetsvoorstel kunnen nabestaanden van overleden slachtoffers van een ongeval, geweldsmisdrijf of medische fout met ingang van 1 januari 2019 eindelijk smartengeld vorderen. Dit recht geldt ook voor naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel. Natuurlijk kan geen enkele financiële vergoeding het leed van nabestaanden en naasten compenseren. Maar een (financiële) compensatie kan wel een belangrijke rol spelen in de erkenning van dat leed en uiteindelijk de verwerking.   In 2010 stemde de Eerste Kamer nog tegen, uit angst voor ‘Amerikaanse’ praktijken. In vrijwel alle Europese landen hebben nabestaanden en naasten al jaren recht op enige vergoeding van smartengeld, zonder dat hier misbruik van wordt gemaakt. Dat Nederland op dit punt achterbleef, werd weer pijnlijk duidelijk bij de vliegramp MH17. De meeste nabestaanden van buitenlandse slachtoffers kregen namelijk wél affectieschadevergoeding, terwijl de Nederlandse nabestaanden met lege handen achterbleven.   Het is nu duidelijk wie er vanaf 1 januari 2019 alsnog recht krijgt op affectieschade (partners, ouders en kinderen) en welke vergoeding er betaald moet worden. De nieuwe regeling bevat vaste bedragen tussen € 12.500 en € 25.000. Er wordt daarbij rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden van nabestaanden en naasten.   Degene die verantwoordelijk is voor het ongeval, het misdrijf of de medische fout, moet de affectieschadevergoeding betalen. In veel gevallen zal deze vergoeding uiteindelijk door de aansprakelijkheidsverzekeraar betaald gaan worden.

Valpartij in een winkelcentrum

21 maart 2018

Het zal u maar gebeuren! U gaat winkelen en u valt over een losliggende plaat met letsel tot gevolg. Helaas overkomt dat meer mensen dan verwacht. Dat blijkt maar weer eens uit een rechtszaak met mevrouw A.   Bouwplaten Op haar weg naar een restaurant in een winkelcentrum moest mevrouw A over bouwplaten lopen. Deze bouwplaten lagen vóór een van de winkels op de vloer van het winkelcentrum. Mevrouw A is over één van die platen gestruikeld. Volgens mevrouw A kwam de plaat (van 1,8 centimeter hoog) aan de zijde waar zij erop stapte iets omhoog  van de vloer, toen iemand anders aan de andere zijde op die plaat stapte. Mevrouw A is er toen met haar voet tegenaan gekomen, waarna ze is gestruikeld. Mevrouw A loopt letsel op en stelt de uitbater van het winkelcentrum en de aan het werk zijnde aannemer daarvoor aansprakelijk.   Waarschuwing Het winkelende publiek werd bij de ingang van het winkelcentrum door de aanwezigheid van steigers en hekken geattendeerd op bouwwerkzaamheden, maar men werd niet gewaarschuwd voor de aanwezigheid van de opstaande rand van de bouwplaten vóór de betreffende winkel.   Uitspraak Moest mevrouw A rekening houden met een ongeval door de aanwezigheid van bouwplaten? Volgens de rechter is de vloer van het winkelcentrum geheel vlak. Het winkelende publiek behoeft niet bedacht te zijn op de aanwezigheid van enige oneffenheid van de vloer. Bovendien zal de aandacht van het publiek in het winkelcentrum uitgaan naar de winkels en etalages. In een dergelijke omgeving vormt de opstaande rand van 1,8 centimeter van een bouwplaat op de vloer een gevaar voor dat winkelende publiek. Het winkelende publiek (waaronder mevrouw A ) wordt blootgesteld aan het aanmerkelijke gevaar over die bouwplaat te struikelen en ten val te komen – met mogelijk (ernstig) letsel tot gevolg. De enkele zichtbaarheid van de bouwplaten brengt volgens de rechtbank niet met zich mee dat de (hoogte van de) opstaande rand daarvan voor het winkelend publiek voldoende duidelijk zichtbaar was. Ook het kleurverschil tussen de rozige vloer en de opstaande rand van de gelige vurenhouten platen was te gering om het hoogte verschil op te merken. De rechtbank acht de uitbater van het winkelcentrum en de aannemer aansprakelijk voor de val van mevrouw A.   Gratis advies Heeft u letsel opgelopen tijdens het winkelen en wilt u graag advies over de mogelijkheden? Neem dan contact op met ons kantoor voor een vrijblijvend en kosteloos eerste adviesgesprek!

Strengere privacyregels!

21 februari 2018

Veel mensen zijn lid van een lokale sportclub, bestellen kleding online en accepteren cookies op internet. In de hiervoor genoemde gevallen verstrekt u persoonsgegevens aan een organisatie, die uw gegevens verwerkt omdat die het nodig heeft en/of wil gebruiken. Zo ontvangt u als lid van de sportclub misschien regelmatig nieuwsbrieven. De secretaris heeft daarvoor uw e-mailadres en naam nodig. Om uw online gekochte aankopen te kunnen bezorgen, heeft het bedrijf uw postadres nodig en beschikt mogelijkerwijs over uw bankrekeningnummer. U heeft uw bestelling immers betaald. In beide gevallen lijkt er een noodzaak voor verwerking van persoonsgegevens, maar dat is het niet. Het bedrijf moet de gegevens hebben om uw pakketje te kunnen versturen, dat is dus noodzakelijk, maar het versturen van nieuwsbrieven is geen noodzaak. In het geval dat het niet noodzakelijk is moet de organisatie u om toestemming vragen. Ongevraagd berichten sturen is niet toegestaan. Het een en ander volgt uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waar elke organisatie vanaf 25 mei 2018 aan gebonden is. De AVG vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens. Of u nu producten bestelt bij een grote onderneming of lid bent van een kleine sportclub, als men uw persoonsgegevens verwerkt dan is de AVG van toepassing. Het wordt nog belangrijker dat organisaties inzichtelijk maken welke gegevens zij van u willen hebben, waarvoor ze die willen gebruiken en wie toegang heeft tot de gegevens. Daarbij geldt dat organisaties niet meer gegevens mogen gebruiken dan noodzakelijk is en louter de gegevens mogen gebruiken voor het doel waarvoor toestemming is verkregen en/of noodzaak bestaat. Zo mag de organisatie een e-mailadres dat wordt gebruikt voor het versturen van de nieuwsbrief niet gebruiken voor het versturen van een felicitatiebericht, tenzij de betrokkene daarvoor toestemming heeft gegeven. U heeft het recht om uw toestemming ook altijd weer in te trekken en het recht om uw gegevens te wijzigen, wissen en over te laten dragen. Bent u het niet eens met de manier waarop een organisatie met uw gegevens omgaat, dan kunt u bezwaar maken of een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Bedrijven moeten dus flink aan de bak, om te voldoen aan de AVG, maar daardoor worden uw persoonsgegevens wel beter beschermd! Vragen of hulp nodig? Neem contact op met mr. drs. Bram Dirkx via 0478-556674 of dirkx@putt.nl.


LAATSTE TWEETS