Nieuws

Nieuwe regeling voor partneralimentatie

19 december 2018

Het lijkt er nu dan toch op dat er in de Tweede Kamer een meerderheid is voor het wetsvoorstel om de duur van de partneralimentatie te verkorten. De grondslag voor de partneralimentatie is niet gewijzigd. Grondslag blijft de - ook na het huwelijk - voortdurende solidariteit (lotsverbondenheid) die door het huwelijk is ontstaan.  Ook is de manier waarop de partneralimentatie wordt berekend niet gewijzigd. De huidige duur van de partneralimentatie is volgens de wet 12 jaar. Deze termijn geldt zowel voor een huwelijk met kinderen als ook voor een huwelijk zonder kinderen dat langer dan vijf jaar heeft geduurd. Voor een huwelijk zonder kinderen dat korter dan vijf jaar heeft geduurd,  is de alimentatietermijn gelijk aan de duur van het huwelijk. Van deze termijnen kan bij het regelen van de echtscheiding in onderling overleg af worden geweken. De nieuwe beoogde regeling houdt in dat een partneralimentatie geldt voor de duur van vijf jaar. Maar hierop is wel een aantal uitzonderingen geformuleerd. De belangrijkste uitzonderingen op de hoofdregel zijn: Scheidende echtgenoten geboren vóór 1 januari 1970 waarvan het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd, hebben recht op 10 jaar partneralimentatie; Het recht op 10 jaar partneralimentatie bestaat ook voor scheidende echtgenoten waarvan het huwelijk 15 jaar of langer heeft geduurd, waarbij de alimentatiegerechtigde binnen 10 jaar na de scheiding de AOW-leeftijd zal bereiken; In het geval van scheidende ouders van kinderen jonger dan 12 jaar zal de alimentatiegerechtigde een aanspraak houden op een partneralimentatie van 12 jaar. Daarnaast is er in schrijnende gevallen de mogelijkheid om een langere termijn dan vijf jaar toe te wijzen (hardheidsclausule). De nieuwe regeling zal van toepassing zijn op echtscheidingsverzoeken die na 1 januari 2020 ingediend worden. Voor de mensen die vóór 1 januari 2020 gaan scheiden verandert er dus niets. Wilt u weten wat u het beste kunt doen met het oog op de nieuwe regeling, dan kunt contact opnemen met Marion van den Aker-Groffen, advocaat en vFAS-scheidingsmediator bij Van der Putt Advocaten in Venray (vandenaker@putt.nl of 0478-556672)

Letselschade en privacy

21 november 2018

Om een letselschadezaak goed te kunnen regelen is veel informatie nodig, waaronder medische informatie. Er zal immers vastgesteld moeten worden dat er sprake is van letsel als gevolg van het ongeval dat iemand is overkomen. Soms is daarvoor ook informatie over iemands gezondheidstoestand van voor het ongeval relevant. Als iemand bij een ongeval zijn hand verliest zal er weinig discussie bestaan over de vraag of er sprake is van letsel. Lastiger ligt dat bij zogenaamd moeilijk objectiveerbare letsels zoals een whiplash. De rechtspraak heeft daar gelukkig een mouw aan gepast. Als de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn worden deze klachten toch aan een ongeval toegerekend, ook al zijn ze moeilijk bewijsbaar. Wel moet er dan geen andere oorzaak voor de klachten gevonden kunnen worden en mogen deze klachten niet reeds voor het ongeval aanwezig zijn. Om dat laatste aannemelijk te maken is vaak informatie uit de medische voorgeschiedenis noodzakelijk. Tot voor kort kregen in principe, naast het slachtoffer, alleen zijn of haar advocaat en de medisch adviseur van die advocaat en de verzekeraar de medische informatie te zien. Alle drie hebben een eigen wettelijk geregelde geheimhoudingsverplichting. De medisch adviseur van de verzekeraar geeft advies aan de schadebehandelaar bij de verzekeraar die op basis van dat advies de schade met de advocaat afwikkelt. Door invoering van de zogenaamde “Medische paragraaf” in de “Gedragscode Behandeling Letselschade” die sommige belangenbehartigers, maar niet ons kantoor, hebben ondertekend, zouden ook schadebehandelaars van de verzekeraars inzage mogen krijgen in medische informatie zoals bijvoorbeeld een onafhankelijk keuringsrapport. Dit kan betekenen dat een schadebehandelaar, die geen arts of advocaat is en daardoor niet onder een wettelijke geheimhoudingsverplichting valt, ook medische informatie krijgt. Door ons kantoor is hierover een procedure gevoerd bij de rechtbank Rotterdam. Gelukkig heeft de rechtbank Rotterdam bepaald dat een slachtoffer niet verplicht is om daaraan mee te werken. Voldoende is als de informatie terechtkomt bij de medisch adviseur van de verzekeraar. Die kan immers advies geven aan de schadebehandelaar. Het enkele feit dat iemand is aangereden betekent immers niet dat het slachtoffer geen recht op privacy meer zou hebben. Heeft u vragen over dit onderwerp dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor.

Gevaarlijk weggedrag van fietsers: Hoe zit dat juridisch?

14 november 2018

De laatste tijd is er in Venray veel te doen over de verkeerssituatie bij de rotondes op de Oostsingel/Zuidsingel bij het Brukske. In verband met bouwactiviteiten is een gedeelte van de fiets- en voetpaden afgesloten, waardoor fietsers in tegengestelde richting de rotonde moeten oversteken. Hoewel er waarschuwingsborden staan, leidt dit toch tot gevaarlijke situaties en ongevallen.  De ervaring leert helaas, dat weggebruikers de gewijzigde situatie niet goed inschatten, waardoor er ongelukken ontstaan. Hoe zit het nu juridisch, wanneer een automobilist een fietser of voetganger aanrijdt? Omdat fietsers en voetgangers door de wet als “zwakkere verkeersdeelnemer” worden beschouwd, hebben zij extra juridische bescherming. Dit heeft te maken met het feit dat ze dus extra kwetsbaar zijn in het verkeer en dus meer risico lopen op verwondingen dan een automobilist bij zo’n ongeval. Een veelgehoord misverstand is, dat deze zwakkere verkeersdeelnemers dan maar alles mogen doen in het verkeer, omdat ze toch wel beschermd worden door de wet. De zwakkere verkeersdeelnemer krijgt namelijk lang niet altijd de volledige schade vergoed. Als een fietser zelf een fout maakt, bijvoorbeeld als hij geen voorrang verleent of door rood licht rijdt, kan dit weldegelijk aan hem worden toegerekend. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat hij maar 50 % van zijn schade vergoed krijgt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval en van de ernst van het letsel. Hoe ernstiger het letsel, hoe meer de zwakkere verkeersdeelnemer zal worden beschermd. Dit is ook wel logisch, omdat de fietser en voetganger nu eenmaal een kwetsbare verkeersdeelnemer is. Pas als een ongeval echt niet voorzienbaar was voor de automobilist spreken we van overmacht, waardoor de schade niet hoeft te worden vergoed, maar die drempel ligt hoog. Van de automobilist wordt dus veel oplettendheid verwacht, en dat is ook wel logisch omdat de gevolgen van een ongeval groot kunnen zijn als je in een auto rijdt. Samenvattend: fietsers en voetgangers worden door de wet beschermd als ze letsel oplopen. Dit kan betekenen dat ook bij eigen schuld van deze zwakkere verkeersdeelnemers hun schade geheel of gedeeltelijk moet worden vergoed. Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met Arthur van Dok van Van der Putt Advocaten te Venray.

Burenrecht; het recht van de buurman

19 oktober 2018

Beter een goede buur dan een verre vriend, zo luidt het gezegde. Veel omwonenden kunnen goed met elkaar door een deur, maar in mijn praktijk zie ik toch regelmatig dat er geschillen zijn tussen buren. Het gaat dan vaak om kleine juridische problemen rondom het huis en de erfgrens. Er ontstaat dan veelal een welles-nietes-discussie over de vraag wie er nu gelijk heeft, terwijl het antwoord vaak gewoon in de wet te vinden is. In de wet is bepaald dat u geen boom – die hoger is dan de erfafscheiding – mag planten op 2 meter van de erfgrens, tenzij uw buurman toestemming geeft. Voor een heg is die afstand 50 cm. In een gemeentelijke verordening kan die afstand nog verder worden verkleind. Staat een boom al 20 jaar, dan is er wellicht sprake van verjaring en mag de boom alsnog blijven staan. Ook voor ramen en muuropeningen geldt dat ze niet mogen worden geplaatst op 2 meter van de erfgrens, tenzij uw buurman toestemming geeft. Het is wel toegestaan als er gebruik wordt gemaakt van vaststaande ramen die ondoorzichtig zijn. Het plaatsen van een schutting zorgt ook nogal eens voor problemen. Wilt u een schutting of muur plaatsen op de erfgrens, dan moet uw buurman medewerking verlenen aan de bouw van een erfafscheiding (van 2 meter hoog). De kosten moeten de buren samen dragen. U bent dan wel samen eigenaar. Heeft u al een schutting en hangen takken van de buren over uw erf, dan kunt u uw buurman aanmanen de overhangende takken (binnen een redelijke termijn) te verwijderen. Laat die laatste dat na, dan mag u de overhangende taken eigenhandig verwijderen. Blijken er aan overhangende takken van de buurman nog sappige appels te hangen en die vallen in uw tuin , dan zijn de appels van u. Ook het veroorzaken van hinder is verboden. Het gaat dan veelal om stank, geluid, rook en trillingen. Het lijkt misschien of daarmee snel sprake is van hinder, maar de geldende lijn is natuurlijk wel dat buren van elkaar iets te dulden hebben. Er zijn natuurlijk grenzen aan. Wilt u weten waar de grens ligt of heeft u een geschil met de buren, wij helpen u graag. Neem contact op met mr. drs. Bram Dirkx.  

De ongevallenverzekering

26 september 2018

Veel mensen denken dat een ongevallenverzekering de schade als gevolg van een ongeval zal vergoeden. Helaas dekt een ongevallenverzekering (meestal) niet eventuele schade. Een aansprakelijkheidsverzekering dekt de schade die iemand bij een ander veroorzaakt. Een schadeverzekering vergoedt je eigen schade. De ongevallenverzekering tenslotte dekt niet de toegebrachte of opgelopen schade. Een ongevallenverzekering is niets anders dan de afspraak met een verzekeringsmaatschappij dat u, als u blijvend letsel oploopt, een uitkering krijgt. De hoogte daarvan is meestal van twee factoren afhankelijk, namelijk de hoogte van de verzekerde som en het percentage blijvende invaliditeit. Bij volledig herstel keert een ongevallenverzekering meestal niet uit. Bij blijvend letsel krijgt u niet de volledige verzekerde som betaald maar een percentage daarvan. Hoe ernstiger het letsel des te hoger het percentage. Stel dat u blijvend letsel heeft dat gewaardeerd kan worden met 2% blijvende invaliditeit dan krijgt u bij de meeste verzekeraars 2% van de verzekerde som uitgekeerd. Bij een percentage blijvende invaliditeit van 2% en een verzekerde som van € 25.000,00 betekent dit dus een uitkering van € 500,00. Voor zowel schadeverzekeringen als aansprakelijkheidsverzekeringen geldt over het algemeen dat de kosten voor rechtsbijstand door een letselschadeadvocaat vergoed moeten worden door de desbetreffende verzekeraar. Mocht u bij een ander schade veroorzaken dan kan die persoon dus een letselschadeadvocaat inschakelen. De redelijke kosten daarvan worden dan door uw aansprakelijkheidsverzekeraar vergoed. Als u zelf schade heeft en er is sprake van een schadeverzekering dan vergoeden de meeste verzekeraars de kosten van een letselschadeadvocaat die u zelf inschakelt om u te helpen bij de afwikkeling van de schade. In beide situaties is het dus verstandig om eens vrijblijvend contact op te nemen om de mogelijkheden te bespreken.


LAATSTE TWEETS