Nieuws

Dokter, waar is mijn been?

13 juli 2018

Stelt u zich eens voor dat u in een ziekenhuis geopereerd dient te worden aan uw linkerbeen. U gaat onder narcose, wordt wakker in uw ziekenhuisbed en ziet tot uw grote schrik  dat uw rechterbeen geamputeerd is. U vraagt zich af of u de behandelend arts aansprakelijk kunt stellen voor deze fout. In het bovenvermelde voorbeeld luidt het antwoord volmondig ja. In veel andere gevallen is de vraag of er door een arts een fout is gemaakt lastiger te beantwoorden. Voordat een arts u gaat opereren moet deze arts u informatie geven over de operatie en u wijzen op de eventuele risico’s van de operatie. U moet de arts vervolgens toestemming geven voor het uitvoeren van de operatie. Wanneer een arts u vooraf niet op de risico’s van de operatie heeft gewezen en het risico zich wel verwezenlijkt kan de arts hiervoor aansprakelijk zijn. Een arts kan ook aansprakelijk zijn als er iets mis gaat tijdens de operatie. Er moet dan wel sprake zijn van een verwijtbare fout. Beoordeeld zal moeten worden of er een fout is gemaakt die een redelijk handelend en redelijk bekwame arts niet gemaakt zou hebben. Met andere woorden, een arts begaat een beroepsfout wanneer hij of zij  niet doet wat een gemiddelde arts in het algemeen, onder dezelfde omstandigheden wel zou doen. Ervaart u financiële of psychische gevolgen van een medische fout? Neemt u dan kosteloos en vrijblijvend contact op met een van onze specialisten. Wij ondersteunen u graag met juridisch advies.

Letselschade: Bel een LSA-advocaat

5 juli 2018

Stel u wordt het slachtoffer van een ongeval. Belt u dan meteen een advocaat? Of bent u bang voor hoge rekeningen? Misschien denkt u wel dat uw zaak niet “belangrijk genoeg” is voor een advocaat? Ik hoop dat u na het lezen van dit artikel gewoon durft te bellen! Bij een ongeval moet de aansprakelijke partij namelijk al uw schade vergoeden. Dus óók de advocaatkosten! De aansprakelijke partij is meestal de verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval. Het is dus niet zo dat de veroorzaker alles zelf moet betalen, wat weleens gedacht wordt. Heeft u naast de WA-verzekering een schadeverzekering inzittende (svi) afgesloten en veroorzaakt u zelf een ongeval? Dan wordt ook uw eigen letselschade vergoed. Deze verzekering wordt helaas vaak vergeten. Hoe kiest u nu de juiste advocaat? Een letselschadeadvocaat klinkt voor u misschien hetzelfde als een jurist van een rechtsbijstandverzekering, maar dat is niet zo. Elke advocaat is een jurist, maar niet elke jurist is een advocaat. Na een juridische studie, moet een advocaat namelijk verder studeren en beëdigd worden door de rechtbank. Om het dan nóg moeilijker te maken: niet elke advocaat is specialist op het gebied van letselschade. Net zoals artsen, kiezen de meeste advocaten ook voor een specialisme. Voor letselschade heeft u daarom echt een LSA-advocaat nodig. Dan weet u dat uw advocaat lid is van de specialisatievereniging LSA en dat uw advocaat over die kennis en ervaring beschikt die nodig is om vaak langdurige en ingewikkelde schaderegelingstrajecten tot een goed einde te brengen. Ook als u al een jurist of advocaat heeft, kunt u altijd gratis en geheel vrijblijvend contact opnemen met een LSA-advocaat. U heeft namelijk recht op een second opinion of om over te stappen. Waar ik normaal zeg “bij twijfel niet oversteken”, adviseer ik u nu juist “bij twijfel altijd bellen”!

Ongeval door eigen schuld; toch recht op letselschade?

26 juni 2018

Als je letsel oploopt omdat je door de schuld van een ander wordt aangereden, wordt over het algemeen je schade vergoed. Dat is logisch; het is de schuld van de ander en jij kon er niets aan doen. Als je zelf een ongeval veroorzaakt, is de eerste gedacht die bij veel mensen opkomt: “Dat is mijn eigen schuld, dus ik kan niets verhalen op een ander of op een verzekering”. Dit ligt echter een stuk genuanceerder! Rijd je bijvoorbeeld door eigen toedoen tegen een boom, met letsel tot gevolg, dan zijn er weldegelijk mogelijkheden om je schade vergoed te krijgen. Je moet dan wel een zogenaamde SVI-verzekering in je pakket hebben. Dat is een SchadeVerzekering  Inzittenden. Dit zit niet automatisch in je verzekeringspakket, maar je moet die verzekering apart afgesloten hebben. Voor de kosten hoef je het niet te laten, want deze verzekering kost hooguit een paar tientjes per jaar, maar dekt wel je schade als je een ongeluk hebt gehad. Je zult begrijpen dat die schade vaak kan oplopen tot duizenden euro’s, zeker als je tijdelijk of blijvend je werk niet meer kunt doen. Het is dus de investering zeker waard om zo’n verzekering af te sluiten; heb het hier eens over met je assurantietussenpersoon en vraag, of jij eigenlijk zo’n SVI-verzekering hebt voor je auto. Let erop dat een SVI-verzekering niet hetzelfde is als een Ongevallenverzekering (ook wel OIV genoemd, Ongevallen Inzittenden Verzekering). Deze OIV dekt niet de feitelijke schade, maar slechts een vast (en vaak zeer beperkt) bedrag bij blijvend letsel. Afhankelijk van de polisvoorwaarden dekt de SVI meestal wel de volledige feitelijk geleden schade en ook de toekomstschade. Heb je zo’n SVI-verzekering niet, dan blijf je helaas met je eigen letselschade zitten als je zelf een ongeval veroorzaakt.  Jammer genoeg zien wij bij ons op kantoor vaak de praktijkvoorbeelden, dus we spreken uit ervaring, en ik kan je zeggen dat dit erg zuur is voor de mensen die dat overkomt! Heb je letselschade opgelopen en twijfel je over de verhaalbaarheid daarvan, neem dan kosteloos en vrijblijvend contact met ons op, zodat we kunnen bespreken wat we voor jou kunnen doen!

Ik wil gaan (ver)bouwen! heb ik een vergunning nodig?

1 juni 2018

Als u plannen hebt gemaakt om te gaan (ver)bouwen, dan wilt u zo snel als mogelijk aan de slag gaan. U hebt het hout voor de erfafscheiding (schutting), bakstenen voor de bouw van het schuurtje in de tuin of de dakkapel misschien al besteld, als uw buurman de vraag opwerpt: mag u zomaar zonder vergunning gaan (ver)bouwen bij, aan of om het huis? Het antwoord is minder zwartwit dan de vraag in het eerste opzicht doet vermoeden. Het beste antwoord is eigenlijk: soms wel, soms niet. Het hangt van de specifieke situatie ter plaatse af. Toch zijn er een aantal hoofdlijnen in de wet- en regelgeving, die het grijze gebied nader inkleuren.   De hoofdregel: bouwen met omgevingsvergunning In beginsel geldt dat voor het bouwen van een bouwwerk een omgevingsvergunning – de vroegere bouwvergunning bestaat al enige tijd niet meer – nodig is (art. 2.1 lid 1 sub a Wabo). Zo’n vergunning vraagt u (meestal) aan bij het college van burgemeester en wethouders in uw gemeente. Als een bouwactiviteit in strijd is met het bestemmingsplan, dan heeft de aanvrager in kwestie ook een vergunning nodig voor het gebruiken van grond en/of gebouwen in strijd met het bestemmingsplan (art. 2.1 lid 1 sub c Wabo).   Vergunningvrij bouwen Een aantal (vrij reguliere) bouwactiviteiten, die zijn neergelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor) in samenhang met bepalingen uit bijlage II van het Bor, is echter uitgesloten van de vergunningplicht. Veelal gaat het om kleine uitbreidingen en aanpassingen, zoals het bouwen van een garage of tuinhuis, het plaatsen van schutting en dakkapel. Deze vrijstellingen gelden in heel Nederland! Dat de hiervoor genoemde bouwwerkzaamheden zijn vrijgesteld van de vergunningplicht, wil niet zeggen dat het bouwwerk altijd vergunningvrij is. Zo is de vraag hoeveel u mag bouwen afhankelijk van de omvang van het bebouwingsgebied en is het relevant waar u het bijbehorend bouwwerk, de dakkapel etc. wilt plaatsen. Aan de achter- of zijkant van uw woning is veel mogelijk, maar aan de voorkant van een huis ligt dat weer helemaal anders. Dan is juist wel weer vaak een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Gaat het om een woonwagen of een recreatiewoning, dan zijn de vrijstellingen uit Bijlage II van het Bor sowieso niet van toepassing. Ook gelden er specifieke regels voor monumenten of beschermde dorps- en stadsgezichten.   Kruimelgevallen Stel dat in het bestemmingsplan staat dat er louter bouwwerken met platte daken met een maximale hoogte van drie meter mogen worden gebouwd. Dat betekent dat een bijbehorend bouwwerk van 2,5 meter hoog waarschijnlijk zonder omgevingsvergunning mag worden gebouwd, op grond van de hiervoor besproken artikelen. Is een bouwactiviteit op grond van artikel 2 of 3 van Bijlage II Bor toegestaan, dan gaat het dus om situaties dat bouwactiviteiten niet strijdig zijn met het bestemmingsplan.   Binnenplans afwijken Als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk van 4 meter hoog, dan wordt het al lastiger. Soms staan er in een bestemmingsplan specifieke regels voor afwijken op hetgeen in het bestemmingsplan is gesteld. Er zou bijvoorbeeld iets kunnen staan over afwijken van de bouwhoogte, mits voldaan is aan bepaalde vereisten. Het bestuursorgaan kan dan met de regels in het bestemmingsplan afwijken van de hoofdregel, oftewel binnenplans afwijken.   Buitenplans afwijken Indien een toekomstig bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan en er zijn geen afwijkingsregels in het bestemmingsplan opgenomen, dan kan het toch zijn dat u de grond in strijd met het bestemmingsplan mag gebruiken, mits u over de juiste vergunning beschikt. Onder gebruiken valt ook bouwen, zo oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State   Een van die manieren van afwijken van een bestemmingsplan is mogelijk door middel van een omgevingsvergunning voor afwijken op basis van de zogenaamde kruimelgevallenlijst (artikel 4 van Bijlage II Bor). De naam kruimelgevallen wordt veelal gebezigd omdat het gaat om kleine planologische aanpassingen, zoals de bouw van een schuurtje in de tuin of het plaatsen van een dakkapel, maar niet de bouw van een nieuw huis. In artikel 4 lid sub a van Bijlage II Bor is door de besluitgever de mogelijkheid geboden om met een omgevingsvergunning voor afwijken een bijbehorend bouwwerk te plaatsen dat niet hoger is dan 5 meter. De omgevingsvergunning is dan dus nodig voor het afwijken, maar niet voor het bouwen.   Staat de afwijkingsactiviteit niet in artikel 4 en is er geen mogelijkheid om binnenplans af te wijken, dan moet de uitgebreide procedure worden gevolgd. Het voordeel van de kruimelgevallenprocedure is dat de korte procedure gevolgd kan worden. Een tweede voordeel is dat bij de kruimelgevallenprocedure een vergunning van rechtswege is verleend, als het bestuursorgaan niet tijdig (binnen acht weken na de datum van de ontvangst van de aanvraag) beslist (artikel 3.9 lid 3 Wabo).   Lokaal afwegingskader De gemeenteraad kan ook in het bestemmingsplan bepalen dat nog meer bouwactiviteiten vergunningvrij zijn, maar dat verschilt dus per bestemmingsplan en per gemeente. Is een bouwwerk vrijgesteld van de vergunningplicht, dan bent u natuurlijk niet vogelvrij, want de regels uit het Bouwbesluit zijn dan ook nog altijd van toepassing. In de hiervoor genoemde regeling staan bouwtechnische regels met minimumeisen, waar elk bouwwerk aan moet voldoen.   U ziet, Bijlage II van het Bor biedt weliswaar een uitzondering op de hoofdregel dat voor bouwen een omgevingsvergunning nodig is, maar ook op deze uitzonderingen gelden opnieuw uitzonderingen. Laat u dan ook tijdig informeren over uw rechten en plichten door een specialist met gedegen kennis van het bestuursrecht en het omgevingsrecht en voorkom dat u nodeloos een vergunning aanvraagt of voorkom juist dat u uw bouwwerk moet afbreken, omdat u eigenlijk een omgevingsvergunning nodig had.   Mr.drs. Bram Dirkx van Van der Putt Advocaten is gespecialiseerd in het ruimtelijk bestuursrecht. Hij adviseert en ondersteunt u graag bij uw ruimtelijke plannen. Neem vrijblijvend contact met hem op of wandel binnen tijdens het gratis inloopspreekuur op maandag (12.00-14.00 uur) of donderdag (17.00-18.00 uur). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bram Dirkx door te mailen naar dirkx@putt.nl of te bellen naar 0478-556674.

Welke persoonsgegevens mag uw werkgever verwerken?

15 mei 2018

Veel bedrijven zijn bezig met de privacywetgeving, die op 25 mei 2018 in werking zal treden. Op basis van deze regeling heeft u meer rechten inzake de verwerking van uw persoonsgegevens. Zo kunt u uw persoonsgegevens inzien, wijzigen, overdragen, wissen etc. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag een bedrijf, of bijvoorbeeld uw werkgever, uw gegevens ook niet zomaar gebruiken. Er moet een noodzaak zijn, zoals de uitvoering van een overeenkomst, een gerechtvaardigd belang of een wettelijke plicht, maar ook toestemming voor verwerking is een grondslag. Een werkgever verwerkt veel persoonsgegevens van werknemers. Hij beschikt over namen, adressen, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen, maar bijvoorbeeld ook over paspoortkopieën, BSN-nummers of wellicht ziekteverzuimdossiers. Veel gegevens mag de werkgever verwerken, omdat u een arbeidsovereenkomst met hem heeft. Op basis van uw arbeidsovereenkomst ontvangt u als werknemer salaris. De werkgever heeft uw bankrekeningnummer nodig om uw loon te betalen. Hij mag ook een personeelsadministratie voeren, omdat hij een gerechtvaardigd belang heeft. De verwerking is dan immers aantoonbaar noodzakelijk voor de verrichting van bedrijfsactiviteiten. Soms heeft de werkgever een wettelijke plicht om uw persoonsgegevens te verwerken. Zo is hij op grond van de wet gehouden om een kopie van uw identiteitsbewijs te hebben en moet hij bepaalde onderdelen van het personeelsdossier enkele jaren bewaren. Kan de werkgever de verwerking van uw persoonsgegevens niet scharen onder de arbeidsovereenkomst, een gerechtvaardigd bedrijfsbelang of een wettelijke plicht, dan zal de werkgever u om toestemming moeten vragen. Een goed voorbeeld is een verjaarsdagskalender in de bedrijfskantine of een smoelenboek op de intranetpagina van het bedrijf. Een foto van de werknemer kan handig zijn, maar het is niet noodzakelijk. Toestemming krijgen van de werknemer is dan vereist. Daar komt nog bij dat een foto bijzondere persoonsgegevens kan bevatten. Zo kan een foto duidelijkheid geven over de etnische of religieuze achtergrond van de werknemer. Bijzondere persoonsgegevens – waaronder ook medische informatie wordt geschaard – mag niet verwerkt worden, tenzij de AVG een uitzonderingsgrond biedt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij arbeids(on)geschiktheid. De bedrijfsarts mag medische gegevens verwerken, maar de werkgever mag deze gegevens vervolgens niet opnemen in uw reguliere arbeidsdossier. Wilt u weten of uw werkgever zich aan de nieuwe privacyregels houdt? Laat u als werknemer tijdig en goed informeren over uw rechten onder de AVG! Vragen? Neem contact op met mr. drs. Bram Dirkx. T 0478-556674 - E dirkx@putt.nl  

Nieuwe wet; affectieschade

9 mei 2018

Het is volop in het nieuws geweest: op 10 april jl. heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met het wetsvoorstel affectieschade. In 2010 werd het eerste wetsvoorstel nog verworpen. Slachtoffers met letselschade hebben in Nederland recht op volledige vergoeding van geleden en in de toekomst nog te lijden schade. Het gaat dan om materiële- (zoals medische kosten, reiskosten, huishoudelijke hulp en verlies van verdienvermogen/gederfde inkomsten) én immateriële schade (zoals pijn, verdriet en gederfde levensvreugde). Immateriële schade wordt gecompenseerd door een smartengeldvergoeding, welke vergoeding in Nederland relatief laag ligt. Partners, kinderen en ouders van slachtoffers hebben in Nederland in principe geen recht op immateriële schadevergoeding wegens het letsel of de dood van een naaste. Bij de vliegramp met MH17 werd weer eens pijnlijk duidelijk dat Nederland op dat punt een vreemde eend in de bijt is. Nagenoeg alle buitenlandse nabestaanden hadden recht op affectieschade, maar de Nederlandse nabestaanden niet. Dit gaat per 1 januari 2019 eindelijk veranderen voor ongevallen en misdrijven vanaf die datum. Uit onderzoek is gebleken dat naasten behoefte hebben aan aandacht voor de emotionele gevolgen van een ongeval, misdrijf of medische fout. Ook vanuit de letselschadepraktijk is jaren gepleit voor een regeling van affectieschade. Natuurlijk neemt de vergoeding van affectieschade het leed (het verdriet) niet weg, maar het biedt wel erkenning en helpt bij de (rouw)verwerking. Volgens  minister Dekker gaat het om: ‘de erkenning van het verdriet van personen van wie het leven volledig op de kop staat door een fout van iemand anders.' Naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel krijgen recht op smartengeld variërend van € 12.500 tot € 17.500. Bij overlijden krijgen nabestaanden recht op smartengeld variërend van € 15.000 tot € 20.000. Dit smartengeld wordt in die gevallen ‘affectieschade’ genoemd. Er is gekozen voor een regeling met vaste bedragen, ter voorkoming van procedures over de hoogte van het bedrag en langdurige en pijnlijke discussies over het leed. Met ingang van 1 januari 2019 wordt ook het vorderingsrecht van slachtoffers in verband met de kosten van verzorging, verpleging, begeleiding en huishoudelijke hulp verruimd. Bijvoorbeeld als een naaste zorgtaken ten behoeve van het slachtoffer op zich neemt en zich daardoor genoodzaakt ziet minder te gaan werken, kan het slachtoffer de schade die daarvan het gevolg is als vergoeding vorderen. Wilt u weten waar u recht op heeft? Neem vrijblijvend en kosteloos contact op met ons kantoor, dan helpen wij u verder.


LAATSTE TWEETS