Vakantie en letselschade
3 juli 2026Op 17 juli 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een overzichtsuitspraak gepubliceerd die duidelijkheid schept over het indienen van nieuwe bewijsmiddelen en beroepsgronden (ECLI:NL:RVS:2024:2853).
De hoofdregel is dat partijen gedurende de procedure nieuwe bewijsmiddelen mogen indienen, en dat blijft ook zo. De eerdere rechtspraak, waarin werd geoordeeld dat een appellant onder bepaalde omstandigheden geen nieuwe bewijsstukken mocht indienen als deze niet eerder in de bestuurlijke fase waren ingebracht, is eerder al losgelaten (r.o. 4).
Waarom is deze overzichtsuitspraak dan nodig? 'Omdat procespartijen met enige regelmaat een beroep doen op die oude rechtspraak, wordt hier expliciet duidelijkheid geboden over de lijn die de Afdeling hanteert' (r.o. 4).
Nieuwe bewijsmiddelen
De hoofdregel is en blijft dat partijen gedurende een procedure nieuwe bewijsmiddelen kunnen indienen. In het verleden werd een bewijsmiddel door de bestuursrechter nog wel buiten beschouwing gelaten indien het bewijsmiddel in de bestuurlijke fase niet was overgelegd, terwijl dat wel mogelijk was, maar die lijn heeft de Afdeling – gelet op ‘the equality of arms’, materiële waarheidsvinding en rechtseenheid – eerder al losgelaten.
Voor de vraag of een nieuw bewijsmiddel toegelaten kan worden, is niet alleen van belang of het bewijsmiddel eerder had kunnen worden ingediend, maar ook de omvang en complexiteit van het bewijsmiddel en of een bepaalde mate van deskundigheid vereist is om daar ‘adequaat op te kunnen reageren’ (r.o. 5).
Nieuwe gronden
Van bestuurlijke naar beroepsfase
Tussen de bestuurlijke en de beroepsfase heeft geen grondentrechter te gelden, dus eventuele nieuwe gronden kunnen in beroep aangedragen worden. Ook na het verstrijken van de beroepstermijn kunnen nieuwe gronden ingediend worden, tenzij de wet op dat punt in een beperking voorziet, zoals in art. 1.6a Chw of art. 16.86 Ow. Daarnaast kan de goede procesorde een belemmering vormen.
Tussen beroep en hoger beroep
Tussen beroep en hoger beroep heeft ook veelal geen grondentrechter te gelden, tenzij sprake is van een omgevingsrechtelijke kwestie of indien de wet dit beperkt. Overigens is op de grondentrechter in omgevingsrechtelijke zaken ook een uitzondering mogelijk. Eventuele nieuwe gronden kunnen buiten beschouwing blijven indien gronden in beroep reeds zijn prijsgegeven. Ten slotte kan ook de goede procesorde in hoger beroep een belemmering zijn voor het naar voren brengen van nieuwe gronden.
Nieuwe gronden na vernietiging of een tussenuitspraak
De Afdeling gaat ook in op de beperkingen wat betreft het indienen van nieuwe gronden na vernietiging van een besluit of een tussenuitspraak. Wil een appellant nieuwe gronden naar voren brengen, dan dient het te gaan om nieuwe gronden. De lijn is derhalve dat gronden die al tegen het vernietigde besluit aangevoerd hadden kunnen worden, (in beginsel) niet meer ingebracht kunnen worden. Hetzelfde doet zich overigens ook voor bij toepassing van de bestuurlijke lus.
Oriëntatiepunten
Tenzij de wet, rechtspraak (denk aan de grondentrechter in het omgevingsrecht, ECLI:NL:RVS:2022:362) of de goede procesorde een beperking oplegt, blijft het in veel gevallen mogelijk om nieuwe gronden of nieuwe bewijsmiddelen naar voren te brengen. De belangrijkste beperkingen zijn hiervoor deels uiteengezet en de overzichtsuitspraak geeft een volledig beeld van de bestaande lijn van de Afdeling.
Voor de vraag of het indienen van nieuwe gronden of nieuwe bewijsmiddelen in strijd is met de goede procesorde, hanteert de Afdeling twee oriëntatiepunten (r.o. 5):
Is er voor de andere partij(en) te weinig tijd om zich er inhoudelijk over uit te laten?
Moet de zaak worden aangehouden met als gevolg een onwenselijke of onaanvaardbare vertraging van de procedure in het licht van de belangen van de andere partij(en) en een goede rechtspleging?
Ook deze oriëntatiepunten zijn natuurlijk niet nieuw, aangezien de Afdeling hier in de uitspraak van 9 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2022:363, r.o. 4.6) al gewag van maakte.
Heeft u vragen over bestuursrecht of omgevingsrecht? Neem dan contact op met mr. drs. Bram Dirkx, advocaat bij Van der Putt Advocaten. Wij staan klaar om u te helpen.